Ante Ciliga - Gesprek met Lenin in Stalin’s gevangenis

Ante Ciliga

Een hoofdstuk uit Ante Ciliga's in 1936-37 geschreven "Het Russische raadsel" over het verval van de Russische revolutie en over Lenin's rol in de ongebroken opmars van de bureaucratie. Ciliga zat drie jaar in een gevangenis waar ook verschillende groeperingen van de arbeidersoppositie de balans opmaakten.

Dit artikel is de oorspronkelijke tekst van het negende hoofdstuk “Ook gij Lenin” van mijn boek Het Russische raadsel.
De eerste Franse uitgever vond het te lang en dwong me om het boek plotseling af te breken. Ik moest het hoofdstuk over Lenin tot een kwart terugbrengen en beperkte mij ertoe het vraagstuk van het leninisme te stellen en de dubbele rol van Lenin in de Russische revolutie. Daarom kon ik slechts zinspelen op het antwoord en nog minder de grondslag aangeven om er toe te komen.

Revolutie in de zin van werkelijke maatschappelijke bevrijding van de arbeidende massa der mensheid kan niet worden bereikt door in beslag te worden genomen door de vervalperiode der Russische revolutie. Hij moet als uitgangspunt nemen zijn vroeger hoogtepunt en nog onbereikte doel.

Het probleem der arbeidersdemocratie zowel politiek als economisch dwong de uiterste linkse groepen der Russische oppositie om de gehele ervaring van de Russische revolutie aan een critisch onderzoek te onderwerpen en niet enkel de periode na Lenin gelijk de Trotzkisten deden.

Deze problemen waren: vrijheid van politieke partijen tegenover het éénpartijstelsel, democratisch tegenover bureaucratisch beheer der genationaliseerde industrieën, waarborgen voor de controle der regering door de arbeidersklasse.

De groepen ontstonden van 1919-1921 als beweging die juist het leiderschap van Lenin bestreden. Gedurende mijn verblijf in de gevangenis van 1930-1933 was de rol van Lenin het onderwerp der debatten van de verschillende oppositie-groepen.

De Trotzkisten.

Zij verdedigen de stelling: Lenin had altijd gelijk. Lange tijd “erkende” Trotzki dat Lenin gelijk had in de vroegere verschillen.
Hij aanvaardde eveneens het voorstel van Zinoviev om zich bolsjewiek-Leninisten te noemen. Later bracht bij één wijziging in dit leerstuk nl. voor zover het de theorie der permanente revolutie betrof had hij en niet Lenin gelijk. (Dit was ongetwijfeld Trotzki’s waardevolste opvatting.) Het waar, dat hij er op wees, dat Lenin wezenlijk ook voor de permanente revolutie was en dat hun verschil meer een kwestie van naamgeving was. Sedertdien nam deze oppositie een nieuw standpunt in dat er nooit enig diepgaand verschil tussen beiden was en dat Lenin altijd hetzelfde wilde, wat Trotzki deed.

Zo verzoenden zij beiden door het verwerpen van een critische benadering en door de kenmerken van beide richtingen met het vernis der bureaucratie te bedekken.

Tegenover de Stalin-legende stelden zij geen ernstige historische waardebepaling, maar een andere legende. Het Boheemse deel der “militante bolsjewiki” beweerden zelfs, dat de verschillen altijd diepgaand waren maar dat Trotzki altijd gelijk had. Het was opmerkelijk, dat de Trotzkisten, die zo geneigd zijn om autoriteiten aan te halen daarbij alleen Trotzki citeerden en haast nooit Lenin.

De Detsisten.

Voor de groep van het democratisch centralisme was de houding tegenover Lenin een pijnlijk probleem. Deze groep was door oude bolsjewiki voor 1917 opgericht, en was daarom Leninistisch in zijn algemene kijk en methode. Toen hij in 1919 verscheen, werd hij beschouwd als plaatselijke oppositie tegen de centrale autoriteiten. Hij weerstreefde het bureaucratisch centralisme van Lenin’s centrale raad in naam van het democratisch centralisme. De Detsisten meenden, dat Lenin van zijn eigen program afweek of niet de nodige gevolgtrekkingen uit zijn eigen beginselen trok. De groep was gevormd als verdediging van het Leninisme tegen Lenin. Onbewust stelden zij de Lenin uit de periode der grote omwenteling tegenover Lenin van het verval der revolutie. Zij becritiseerden Lenin’s practijk vanuit de beginselen van zijn “Staat en Revolutie”. Ondanks zijn diepte gaf dit in 1917 geschreven werk geen antwoord voor de nieuwe problemen, die in het verdere verloop der revolutie ontstonden. Als gevolg hiervan draaide deze groep van 1919-1929 in een cirkel rond, kapitulerend voor Lenin’s ultimatum of zich onderwerpend aan de Trotzkisten in hun strijd tegen Stalin. Hun houding van “roomser te zijn dan de Paus” bleek onvruchtbaar te zijn. Het vijfjarenplan deed de groep uiteenvallen. Sopronov beschreef hun houding als volgt: "Sedert de nieuwe economische politiek hebben wij ongelijk gehad, de klassen worden opgeheven en daarom is de opbouw van het socialisme aan de gang. Dat de arbeider er slecht aan toe is wordt door hem beschouwd als de spaanders die vallen terwijl zulk een reusachtig karwei als het hakken van het volledige socialisme gedaan wordt, dit zijn de onvermijdelijke kosten van het uiteindelijke en moeilijke stadium van de opheffing der laatste kapitalistische klasse en de kleine bourgeoisie.” Van Leninistisch standpunt had de redenering van hen die kapituleerden een logische grondslag. Lenin’s strategie van na October was gebaseerd op de stelling dat de enige gevaren voor het proletariaat en het socialisme de kleine bourgeoisie en het privaat kapitalisme waren. Lenin hanteerden een brandijzer om alle oppositiekrachten te verwijderen, die zeiden, dat een zelfgenoegzame bureaucratie en staatskapitalisme een bedreiging vormden voor de arbeidersklasse. De stappen van Lenin volgend verklaarden de Decisten aan de vooravond van het vijfjaren plan dat de kleinburgerlijke contrarevolutie had overwonnen en de U.S.S.R. een kleinburgerlijke staat was geworden. Elk ander soort contra-revolutie was naar Lenin’s opvatting ondenkbaar. Toen kwam het vijfjarenplan met zijn oorlog tegen de kleine bourgeoisie en zijn liquidatie van deze klasse. In deze toestand was het nodig te kiezen tussen trouw blijven aan Lenin’s opvatting en te erkennen dat het vijfjarenplan de vervulling van het socialistisch program was en aan de andere kant te luisteren naar wat feitelijk gebeurde en, ondanks Lenin, de overwinning te erkennen van een “derde macht”, n.l. bureaucratie en staatskapitalisme. De waarde herziening die het wezen van Lenin’s gehele opvatting van na October verwierp en de onfeilbaarheid van de Lenin van vóór October betwijfelde was evenwel noodzakelijk langzaam en pijnlijk. Als gevolg van de bespreking dezer problemen splitste de twintig detsisten in de gevangenis zich in drie groepen. Sommigen hielden vol dat er slechts toevallige dwalingen in Lenin’s houding na de October revolutie waren en dat de partijlijn eerst verkeerd werd na de komst van Stalin, anderen meenden dat zelfs tijdens Lenin bij de doorvoering van de N.E.P. de burgerlijk democratische strekking van de revolutie zijn socialistische tendens versloeg en dat Lenin zich niet ten volle bewust was wat hij feitelijk deed. Een derde groep bleef er bij dat ondanks de formele overwinning de socialistische tendens in de revolutie altijd zwakker was geweest dan de kleinburgerlijke. De herziening van Lenin’s theorieën raakte niet alleen het vraagstuk van staatskapitalisme maar ook het probleem der partijdictatuur. Toen Lenin in 1920 het beginsel der partijdictaturen het eenpartijstelsel proclameerde aanvaardden de detsisten dit beginsel aanvankelijk in tegenstelling tot de arbeidersoppositie. De hele ervaring der partijdictatuur noopte hen om met hun vroegeren opvatting te breken. Zij gingen nu begrijpen dat er zonder democratie voor de arbeiders er ook geen democratie binnen de partij kan zijn. Deze herziening van Lenin’s politieke theorieën was zelfs pijnlijker dan die van zijn economische theorieën. Later toen ik verbannen was had ik gelegenheid om de verschillende stadia van deze herziening twee jaar te volgen. Het resultaat was een zeer critische zo niet negatieve houding tegenover Lenin’s practijk en theorie tijdens de periode na de October revolutie.

****

De arbeidersgroep.

De Arbeidersoppositie of juister gezegd zijn uiterste vleugel, die in 1922 een zelfstandige organisatie vormde, de Arbeidersgroep genaamd, gaf de toon aan voor een kritische benadering der Leninperiode. Myasnikov, de leider dezer groep was een der markantste figuren der bolsjewistische revolutie. Anders dan de Detsisten bekritiseerden zij van begin af aan de politiek van Lenin niet enkel in bijzonderheden, maar in zijn geheel; de arbeidersoppositie verzette zich tegen Lenin’s economische politiek van 1919-1920, de arbeidersgroep ging verder en verwierp ook het éénpartijstelsel door Lenin gevestigd toen de N.E.P. werd ingevoerd. In de Isolator-gevangenis had de Arbeidersgroep een ontwikkelde actieve en krachtige leider in de persoon van Tirinov.

De arbeidersgroep aanvaardde als grondbeginsel van zijn program de door Marx geformuleerde leuze der eerste internationale, dat de bevrijding van de arbeidersklasse door deze zelf veroverd moet worden; van het eerste begin af verklaarde de groep de oorlog aan Lenin’s opvatting der partijdictatuur en der bureaucratische organisatie van de productie, die hij ontwikkelde toen het verval de revolutie begon aan te tasten. Tegenover Lenin’s politiek eiste de groep de organisatie der productie door de massa zelf, te beginnen bij de arbeiders in iedere fabriek. Zij eisten controle op de regeringsmacht en op de politieke partijen door de massa der arbeiders, die als de werkelijke politieke meesters van het land de gelegenheid moesten hebben om elke partij uit de macht te zetten met inbegrip van de communistische partij als zij meenden, dat de partij in kwestie hun belangen niet langer vertegenwoordigde. In tegenstelling tot de Detsisten en de meerderheid der arbeidersoppositie, die op de eis om de democratie voor de arbeiders feitelijk tot het economisch terrein beperkten en deze met het éénpartijstelsel trachtten te verenigen, verbreedde de arbeidersgroep zijn strijd door democratie voor de arbeiders door vrije politieke zelfbepaling voor de arbeiders te eisen en vrije mededinging der politieke partijen onder de arbeidende bevolking, terwijl ze geloofden dat socialisme slechts kan komen als resultaat van het vrije scheppende werk der arbeiders. De arbeidersgroep beschouwde daarom van begin af aan het zogenaamde socialisme dat onder dwang werd opgebouwd als bureaucratisch staatskapitalisme.

In 1923, bij het hoogtepunt van een grote stakingsgolf, die door de arbeidersgroep werd geleid, richtten zij zich tot de Russische en internationale arbeiders in een manifest, waarin hun houding op duidelijke en moedige wijze werd uiteengezet. Het verwierp het ontaarde bolsjewisme en zijn oriëntering op het leidersbeginsel. Dit manifest is een der merkwaardigste documenten der Russische revolutie. Uitgegeven ten tijde van de ineenstorting der Russische revolutie klonk het als het manifest van Babeuf bij het verval der Franse revolutie.

****

“Waarom zo opgewonden, kameraad Ciliga?”

Gedurende de lange tijd, die ik in de gevangenis doorbracht, hield ik mij buiten de geschillen over Lenin. Ik behoorde tot het jongere geslacht van communisten, die waren opgevoed in het slaafs buigen voor het gezag van Lenin en ik beschouwde het als een vanzelfsprekende zaak, dat Lenin altijd gelijk had. Het resultaat - de verovering en het behoud der revolutionaire macht - was te zijnen gunste. Ik en mijn generatie besloten bijgevolg, dat zijn tactiek en middelen juist waren.
In de gevangenis aangekomen verdedigde ik dat standpunt. Ik was zeer verstoord door de critische opmerkingen, die een detsist maakte tijdens een wandeling op de binnenplaats.

“Waarom ben je zo opgewonden over Lenin’s strijd tegen de bureaucratie? Hoe heeft hij deze bestreden? Jij verwijst naar zijn artikel over de hervorming der arbeiders- en boereninspectie, dat hij kort voor zijn dood schreef. Eiste hij de organisatie der massa tegen de bureaucratie? Helemaal niet; hij stelde de organisatie voor van een speciaal bestuur met hoogbetaalde ambtenaren. Een bureaucratische toporganisatie moest de strijd tegen de bureaucratische methode leiden. Neen, kameraad, op het eind van zijn leven was Lenin vol wantrouwen tegenover de arbeidersmassa. In die tijd stelde hij al zijn hoop op het bureaucratische apparaat. Daar hij bang was, dat dit apparaat te ver zou gaan, wilde hij dit kwaad voorkomen door de controle van het ene deel van het apparaat over het andere. Natuurlijk is het niet nodig om dit van de daken te roepen. We willen Stalin niet van goede argumenten voorzien, maar feitelijk is dit de waarheid.”

Ik werd ook verhinderd om deze verschillen uit het verleden te bestuderen door het feit, dat mijn belangstelling geheel in beslag werd genomen door de problemen van het heden. Voor zover ik evenwel met de vraagstukken der geschiedenis had te maken, kwam het me voor, dat deze groepen de betekenis van hun vroegere disputen met Lenin overdreven. Naar mijn mening werd het lot der revolutie beslist door klassekrachten en niet door de aanname van een formule over de organisatie.

“Nieuwe theorieën over het organisatieprobleem.”

Bij de uitvoering van het vijfjarenplan werd het probleem der organisatie-vorm - zowel politiek als economisch - plotseling weer een zaak van direct belang. Vraagstukken, welke schijnbaar door de geschiedenis allang waren opgelost, werden plotseling vraagstukken van de dag. De verwijdering der kleinbourgeoisie en het privaatkapitalisme liet alleen het proletariaat en de bureaucratie nog voortbestaan. De vraag van hun verhouding en wat socialisme is en hoe het tot stand kan worden gebracht werd nu opgelost door middel van de organisatie-vormen. Men ontdekte, dat het probleem van de techniek der organisatie een maatschappelijk probleem was. De strijd der arbeidende massa tegen de bureaucratische onderdrukking was nu slechts mogelijk als strijd tegen de organisatie-vormen, welke de maatschappij door de bureaucratie werden opgedrongen. Deze vormen waren evenwel niet door Stalin uitgevonden, doch hij had ze van Lenin geërfd. Met al zijn tegenstellingen en buitelingen was de Russische revolutie tot op zekere hoogte een organisch geheel. Daarom werd het onmogelijk nog langer een discussie van Lenin’s politiek te vermijden.

In antwoord op de nieuw opkomende vragen schreef Tiunov verschillende studies over bureaucratische of socialistische productieorganisatie. Zij plaatsten in het middelpunt een critiek bij de organisatie der economie tijdens het oorlogscommunisme 1918-1921. Een jonge detsist schreef een schitterende geschiedenis over de vakverenigingsdiscussie. Hij kwam tot de conclusie, dat Lenin’s benadering van het probleem van de organisatie der industrie, deze geheel overleverde in handen der bureaucratie. De gevolgen waren noodlottig. Door de fabrieken van de arbeiders af te nemen, namen zij de revolutie van hen weg. Shapiro schreef een antwoord waarin hij de houding der Detsisten, dat de debatten over de verschillende systemen van de organisatie der productie geen kwestie van beginsel raakten, verdedigde. De arbeidersoppositie vertegenwoordigde de belangen der vakverenigingsbureaucratie. Indien de eis, dat het beheer der industrie overgedragen zou worden aan de vakverenigingen, ingewilligd was, zou het gevolg zijn geweest, dat de fabrieken geleid werden door de vakvereningingsbureaucraten in plaats van door partijbureaucraten. Om gelegenheid te hebben de bureaucratie te bevechten hadden de arbeiders de vrijheid van organisatie, pers en vergadering nodig. Zij kwamen tot de conclusie, dat er vrijheid moest zijn voor politieke partijen, d.w.z. zij stemden in met de eis van Myasnikov, die destijds door Lenin, Trotzki en de Detsisten werd afgewezen. Vrijheid voor partijen betekende de val der revolutie. Het was Mensjewisme. De arbeidersklasse is maatschappelijk homogeen (gelijksoortig) en daarom kunnen haar belangen slechts door één partij vertegenwoordigd worden. Waarom was het onmogelijk de democratie binnen de partij met de dictatuur der partij naar buiten te verenigen? Dora Zak antwoordde de Detsisten: “De Parijse commune ging ten onder ten gevolge van de vele partijen. Maar wij hebben maar één partij over. Waarom verliep onze revolutie?” Smirnov, een jong Detsist, voerde het door tot in het ongerijmde. Er was nooit een proletarische revolutie of een dictatuur van het proletariaat geweest. Er was slechts een volksrevolutie van beneden en een bureaucratische dictatuur van boven geweest. Lenin was nooit de ideologische vertegenwoordiger van het proletariaat geweest. Hij was van begin tot eind de vertegenwoordiger der intelligentia. Een neiwue maatschappelijke formatie, het staatskapitalisme, waarin de bureaucratie de nieuwe heersende klasse is, komt over de hele wereld langs allerlei wegen naar voren. Zij noemde in één adem Sovjet-Rusland, het Turkije van Kemal, het Italië van Mussolini, het Duitsland van Hitler en het Amerika van Roosevelt. Communisme was radicaal fascisme en fascisme gematigd communisme. Bij deze opvatting bleef de kracht en het vooruitzicht van het socialisme ergens in de wolken. De Detsisten vonden, dat deze ketterijen te ver gingen en joegen hen met veel lawaai uit hun groep.

Ook gij Lenin?

Toen ik eenmaal de belangrijkheid der oude problemen begreep zowel tot begrip van het heden als ter bepaling van de taak der toekomst, ging ik deze grondig bestuderen. De verschillende verklaringen die er bij uiterst links bestonden, stimuleerden een critische en zelfstandige benadering. Na deze ervaringen was mijn methode anders dan van die kameraden, welke zich 10 jaar geleden afscheidden. Waar ik het resultaat van vijftien jaar revolutionaire geschiedenis kon overzien, was ik instaat het verleden met meer zekerheid te beoordelen. Door het tijdperk van Lenin aan een critisch onderzoek te onderwerpen betrad ik het Heilige der Heiligen van het communisme en van mijn eigen opvattingen. Ik leverde critiek op Lenin, de Leider-profeet, die niet slechts omringd was door de Onsterfelijke Glorie der Revolutie, maar ook door de Legende der Mistificatie na de revolutie. Ondanks de critische houding van de omgeving, waarin ik verkeerde, kon ik slechts schuchter deze tempel naderen, gehoorzamend aan een innerlijke stem, die mij zeide, dat het begrip der ervaring en de les der revolutie voor geen hinderpaal moeten halt houden, dat het even roekeloos moest zijn als de revolutie zelf, die voor niets uit de weg ging. Hoe verder ik deze tempel betrad, destemeer overweldigde mij maandenlang de fatale vraag: “Ook gij Lenin? Is het waar dat ook gij alleen groot waart, zolang de revolutie en de massa groot waren en dat Uw revolutionaire geest uitgeput was, zo spoedig de kracht der massa faalde en die zelfs zwakker werd dan deze?

Waart Gij ook instaat de maatschappelijke belangen dier massa te verraden om de macht te behouden? Wat heeft Uw vermogen om de macht te behouden eens een indruk gemaakt op ons, eenvoudige mensen. Hebt Gij ook de bureaucratische veroveraars verkozen boven de veroverde massa om de nieuwe bureaucratie te helpen op de rug der Russische massa te klimmen, om die massa te onderdrukken toen zij onwillig was om in de nieuwe onderwerping te berusten en haar te belasteren en de zin van haar rechtmatige doelstelling te verdraaien? Lenin, wat is groter, Uw verdiensten of Uw misdaden?

Ik kom maar matig onder de indruk van Uw poging tot rechtvaardiging dat het beter is, dat de burocraten op de rug der massa zitten dan dat de vroegere onderdrukkers - de bourgeoisie en de grootgrondbezitters - terug zouden komen om hun plaats in te nemen. Voor de burocraten is dit mogelijk zeer belangrijk, voor de massa is dit niet wezenlijk. Ook word ik niet getroffen door de redenering Uwer verdedigers, die beweren, dat Gij subjectief de beste bedoelingen had. Gij waart het, die ons zeide de mensen te beoordelen en niet naar hun subjectieve bedoelingen, maar naar de objectieve betekenis van hun handelingen. Zo terloops vind ik in uw eigen verklaringen, die in de regel zeer omzichtig zijn, het bewijs, dat gij u volkomen bewust waart, zelfs subjectief, van wat gij objectief deed. Erger nog, op het ogenblik, dat de burocratische dictatuur gestabiliseerd werd, hebt gij onbewust de massa belasterd, toen zij de overwinnende burocratie weerstond. Dit verzet, hoe zwak dan ook, hoezeer vertrapt door de burocratie, en in die tijd noodzakelijk gedoemd tot nederlaag, is de hoogste erfenis der revolutie. En een nieuwe revolutie in Rusland, of waar ter wereld ook, kan alleen maar beginnen met de doorvoering van het program der arbeidersoppositie welke vernietigd werd. Dit is de roep van het verleden tot het heden, dit is het onafgebroken verband der menselijke geschiedenis in zijn werkelijk vooruitstrevende strekking. Ja, uw persoonlijke rol in de revolutie, uw verhouding tot de arbeidende massa en in het algemeen de verhouding van leiders tot de massa in de revolutie was feitelijk anders dan de manier waarop deze werd uitgebeeld in de officiële legende, waarin ik zo lange geloofd heb.

De zon ging onder achter de verre bergketen van de Oeral en wierp zijn laatste stralen in het venster van mijn cel, die uitziet over de dorre steppe, die zich uitstrekt van de bergen naar de gevangenis, Het is moeilijk… ik kijk begerig door de tralies… bergen, zon, lucht en vrijheid… ik ben alleen in mijn cel, mijn celgenoot ligt in het ziekenhuis… ik voel me eenzaam… ik ben Lenin aan het begraven. Wat doe ik eigenlijk? Is dit geen overdrijving, een waanvoorstelling voortgebracht door de gevangenis? Laat ons dat onderzoeken.

******

Lenin als kontra-revolutionair.

In 1917 zag de toestand er uit als een wedstrijd tussen de massa en Lenin, wie hunner het verst, snelst en moedigst vooruit kwam. Als een wervelstorm vielen zij aan en richtten hun niets ontziende uitdaging tot alles wat oud, rot en leugenachtig was in Rusland en de wereld. Dat waren dagen, die de wereld deden wankelen. Rusland maakte zijn eigen geschiedenis en tegelijk die van de wereld. Lenin verwierf voor altijd een ereplaats in de harten der arbeidende menigte en in het pantheon der geschiedenis omdat hij in staat was geweest het kloppen van het hart der mensheid aan te voelen op het ogenblik van zijn grote stuwing naar bevrijding, omdat hij aan de kant der massa stond en deze leiding gaf in de dagen van grote durf en scheppingskracht. Deze plaats is hem verzekerd zelfs indien hij, gelijk Cromwell, overgegeven zou worden aan de publieke verachting, uit zijn graf naar de galg zou worden gesleept of met voeten getreden zou worden in de straten van Moskou ter vergelding van de misdaden, die hij tegen de massa beging in het tijdvak van het verval der revolutie of de wandaden zijner opvolgers.

Zo spoedig het oude regime was weggevaagd en Lenin de macht in handen had, ontstond er niettemin een tragische kloof tussen hem en de massa. Onmerkbaar in de aanvang, verbreedde deze klove zich en zijn gevolgen werden tenslotte fataal.

De massa der arbeiders richt zich instictief op de volledige bevrijding en de vervulling van hun uiteindelijke doelstelling. Het is in naam van deze doelstelling dat de massa revolutie maakt. Alles en terstond, nu of nooit… Dit is het verschil tussen een periode van hervorming en een van revolutie. De werkende massa in Rusland ging met het stukslaan der oude maatschappelijke orde en het bouwen van een nieuwe verder dan Lenin oorspronkelijk van plan was. De druk der massa was zo sterk, de toestand zo gespannen, dat de massa Lenin meesleepte. Zo was de verhouding van leider tot massa in de tijd, dat de revolutie zijn hoogtepunt bereikte.

Laat de feiten spreken. Na de Octoberrevolutie streefde Lenin niet naar de onteigening der kapitalisten, maar slechts naar arbeiderscontrole: de controle op kapitalisten, die het beheer van hun ondernemingen zouden behouden, door de arbeidersorganisatie in de fabrieken. De spontane klassenstrijd deed dit plan van klassensamenwerking onder zijn macht in duigen vallen: de kapitalisten antwoordden met sabotage. De arbeiders namen gezamenlijk de ene fabriek na de andere over. Slechts nadat de onteigening der kapitalisten door de arbeiders praktisch was volvoerd, erkende de Sowjetregering deze rechtens door de uitvaardiging van een decreet over de nationalisering der industrie.

Later in 1919 stelde Lenin tegenover het streven der arbeiders naar socialisme een heel stelsel van staatskapitalisme, naar het model van Duitsland in de oorlog, met zeer uitgebreide deelname van vroegere kapitalisten aan de Sowjet-economie. Lenin stond de volledige vernietiging van het oude niet voor, maar was voor evenwicht tussen het oude en het nieuwe, hun gelijktijdig bestaan. Lenin, die vroeger de samenwerking der klassen had veroordeeld, was toen voorstander ervan geworden. Nadat hij de vertegenwoordiger der macht was geworden, ervaarde hij de druk van verschillende maatschappelijke krachten en niet van de arbeiders alleen, zoals eertijds: hij werd eerder de woordvoerder van het statische ogenblik dan van het dynamische tijdperk.

De uitbreiding van de burgeroorlog bracht een nieuwe correctie op deze achterhoede filosofie der revolutie… De ineenstorting van het Duitse en Oostenrijkse rijk gaven nieuw voedsel aan de maximale volksverwachtingen: de taak van de directe overgang naar het socialisme vond officiële erkenning. In het jaar 1919 begon het hoogtepunt der Russische revolutie. Zoals we gezien hebben, begon het, dank zij het initiatief der massa en niet dat van Lenin.

Het is slechts één stap van het toppunt der revolutie naar haar neergang en op dat historisch ogenblik speelde Lenin een jammerlijke rol. Indien het kenmerkend is voor de periode van maatschappelijke omwenteling en de verdieping der revolutie, dat de massa er in slaagde Lenin mee te slepen, de ondergang der revolutie onderscheidde zich door de openlijke tegenstelling van Lenin tegenover de massa, door zijn overwinning op de arbeiders.

Brandpunt van de strijd: de fabrieken.
Waar concentreerde zich in die tijd de strijd? In de grondkern van socialistisch initiatief, in het lot van de fabrieken, welke van de bourgeoisie waren afgenomen… Hier kwam de breuk tussen Lenin en de arbeidersklasse. Dit is ook de sleutel tot het begrip van de dubbele rol van Lenin in de revolutie.

De arbeiders namen de fabrieken over en organiseerden daar collectief de productie. De verbinding tussen de afzonderlijke fabrieken, de organisatie der productie op nationale grondslag, werd evenwel, dank zij de centrale regering een zaak van het apparaat der opkomende bureaucratie. Dit was reeds een gevaarlijk teken van de zwakheid der arbeidersklasse. Het lot van het socialisme in Rusland hing af van het vermogen der arbeiders om het beheer te krijgen over de algemene regeling der productie. Teneinde een socialistische organisatie der maatschappij en een reorganisatie der landbouw volgens socialistische richtlijnen te verkrijgen, moest de arbeider eerst de socialistische organisatie thuis in de industrie verwerkelijken. Dit schijnt een elementaire waarheid, welke toch in de discussie vergeten wordt.

Nadat hij het hoofd van het apparaat was geworden, bekeek Lenin dit probleem door de bril van het apparaat. Dit werd scherp opgemerkt door Milonov op het 10e congres der Communistische Partij. “Zielkundig is Lenin’s gedrag volkomen begrijpelijk. Kameraad Lenin is de voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen, hij richt onze Sowjetpolitiek. Het ligt voor de hand, dat elke beweging, ongeacht waar deze zijn oorsprong vindt, welke dit bestuur belemmert, als een kleinburgerlijke en zeer gevaarlijke beweging wordt beschouwd.

Tijdens de burgeroorlog nam de macht van de centrale bureaucratie toe door het voortdurend overnemen van het beheer der afzonderlijke fabrieken. De leiding der fabriek, die oorspronkelijk door de arbeiders en het personeel der fabriek werd uitgeoefend werd steeds meer gevormd door aangestelden van de centrale autoriteiten. Gelijktijdig werd het beheer, dat aanvankelijk collectief was geweest op slinkse wijze door éénhoofdige leiding vervangen. De arbeiders verloren hun macht over de fabriek. Dit proces werd doorgezet op initiatief van Lenin tegen een scherpe oppositie van het arbeidersdeel der communistische partij en van alle bolsjewistische leiders, die uit de arbeidersklasse voortkwamen. In die tijd werd Tomsky voor deze oppositie gestraft met verbanning naar Turkestan om daar partijwerk te gaan doen en eerder werd Was. Sapronov naar de Oekraine gestuurd wegens democractisch centralisme.

Na de burgeroorlog werd de strijd tussen burocratie en arbeidersklasse om het beheer der industrie met dubbele kracht voortgezet. Hij kwam in zijn beslissende fase. Het was deze strijd, die het oorlogs-communisme stuk maakte. De leider der arbeidersoppositie karakteriseerde in een artikel in de Pravda tijdens de discussie over het vakverenigingsvraagstuk voor het 10e congres, de kern van het conflict in deze woorden: “In onze industrie heerst een systeem van dubbel beheer - door de arbeiders en door de burocraten. Het verlamt de productie. De uitweg kan alleen worden gevonden door een radicale beslissing door de uitsluitende macht van het arbeiderssocialisme of van het burocratisch kapitalisme.

*****
“Doe het, maar zeg het niet”

Ik schrok er van toen ik bemerkte, dat de leiders der kommunistische partij zich hier soms van bewust waren. In 1920 gaf Bucharin in zijn boek “De economie der overgangsperiode” een volledig beeld van het “proletarisch” bonapartisme en persoonlijk regiem (blz. 115). Lenin leverde kommentaar in deel 11 van zijn werken en noemde het “Juist, maar niet het juiste woord”: doe het, maar wees niet oprecht. Dit is de hele Lenin van dit tijdperk, het tijdperk waarin hij zich terugtrok van de arbeidersklasse en overging naar het kamp der burokratie. Lenin wist, hoe hij het burokratisch bonapartisme moest verbergen. “Het is onmogelijk de diktatuur van het proletariaat te organiseren door de algemene organisatie van het proletariaat, omdat het proletariaat nog te verdeeld, te vernederd en hier en daar omgekocht is. De diktatuur van het proletariaat kan daarom slechts worden uitgeoefend dor de voorhoede, die de revolutionaire energie der klasse gekoncentreerd heeft - de partij”. De latere ervaringen der revolutie hebben het hele burokratische wezen van deze opvatting ontmaskerd: van de diktatuur van de partij over de klasse, de diktatuur van de gekozen minderheid over de “achterlijke” meerderheid der arbeidersklasse. De waarheid van het tweede couplet der internationale dat geen God of vorst de redding kan brengen, maar alleen de eigen kracht der werkers, werd weer eens door de geschiedenis bevestigd. Moderne revoluties moeten het volledige socialisme bereiken of worden noodzakelijk tot anti-proletarische, anti-socialistische kontrarevoluties.

De likwidatie van de politieke macht der arbeidersklasse vereiste echter een solide “ideologische basis”. De rechtstreekse manier - om de dingen bij hun naam te noemen - was niet praktisch: Het was niet gemakkelijk in een revolutie, die begon in naam van het socialisme plotseling te zeggen: Hier zijn we, de nieuwe meesters en uitbuiters. Het was veel beter het afnemen der fabrieken van de arbeiders een overwinning van de socialistische produktie te noemen, de onderdrukking der arbeidersklasse door de burokratie - een versterking van de diktatuur van het proletariaat en te verkondigen, dat de nieuwe uitbuiters de voorhoede was, van de arbeiders. Als de feodale heren de vaders der boeren waren, de bourgeoisie de voorhoede van het volk, waarom kan de burokratie dan niet de voorhoede der arbeidersklasse zijn? Uitbuiters beschouwen zichzelf altijd als de voorhoede der uitgebuitenen.

De arbeiders gaan in oppositie.

Lenin rechtvaardigde zijn politiek met de bewering dat de arbeidersklasse zwak was. Hij verklaarde, dat hij door de revolutie over te dragen aan de burokratie deze redde voor de arbeiders. De vruchten van de toekomst moesten de concessies van het heden rechtvaardigen. Nu zijn die vruchten rijp en hun maatschappelijke betekenis is bekend. Men moet het de Russische arbeiders als een verdienste aanrekenen, dat zij in die tijd iets begrepen hebben. Zij begrepen, dat Lenin handelde alsof hij wilde zeggen: “Gij, arbeiders zijt onlogisch; gij wilt het socialisme terstond bereiken maar hebt niet de nodige kracht om dat te doen. Waar gij echter geen meester van de maatschappij kunt zijn, moet gij haar knechten worden, dit is de wet der klassenstrijd in een klassenmaatschappij. Door u aan het onvermijdelijke te onderwerpen, zult gij van ons alles wat mogelijk is ontvangen”.

De arbeiders hadden hun opvatting van klassenstrijd en handelden alsof zij Lenin antwoordden: “Neen, kameraad Lenin, gij zijt onlogisch. Indien wij de kracht niet hebben om meester van de maatschappij te worden, moeten we een oppositie worden. Een klasse kapituleert niet, maar vecht door." Het spontane verzet tegen de aanmatiging der burokratie toonde, dat de arbeidersklasse niet zo zwak was als Lenin wel beweerde. Indien Lenin nog met zijn hart aan de kant van de arbeiders had gestaan, had hij deze oppositie gesteund toen deze in het land opkwam. Lenin dacht en handelde echter in de geest der burokratie en voelde in deze kracht van de arbeidersklasse een bedreiging voor de burokratie, hij gaf de arbeiders een les in klassenstrijd: een klasse, die niet kapituleert, wordt door veroveraards onderdrukt. Onder het gejuich der nieuwe burokratie van het gehele land riep Lenin aan het einde van het 10e partijcongres uit: “De oppositie heeft nu afgedaan, wij hebben nu genoeg oppositie gehad”. Inderdaad was dit het einde van de legale oppositie, inplaats daarvan kwam en de gevangenissen en verbanningsoorden en later het schavot.

Ondanks deze fundamentele veranderingen ging de Revolutie voort zich Proletarisch en Socialistisch te noemen. Lenin toonde bovendien hoe men een radikale fraseologie met de feitelijke onderdrukking der arbeiders kan verbinden. Als arbeiders het slachtoffer waren van burokratische aanmatiging en tegen de mystifikatie van het socialisme protesteerden, eisend dat hun werkelijke belangen zouden worden behartigd, verklaarde Lenin zonder aarzelen, dat hun eisen kleinburgerlijk, anarchistisch of kontrarevolutionair waren. De levensbelangen der arbeidersklasse werden aan de kaak gesteld als het kortzichtige standpunt van de handwerkers. De belangen van de burokratie daarentegen, werden tot klassebelang van het proletariaat verklaard. Het totalitaire burokratische regiem, dat in het land gevestigd werd, brandmerkte alles wat maatschappelijk of politiek vooruitstrevend was als kontrarevolutie en leidde een tijdperk in van monsterlijke leugens, insinuaties en vervalsingen, dat nu in zijn stalinistische, vervolmaakte fase geheel Rusland verstikt en het internationale, demokratische publieke leven vergiftigt.

Verontrust door deze ontwikkeling riep Shyapnikov op het tiende congres uit, sprekend over Lenin’s resolutie tegen de oppositie: “Nooit heb ik in de 20 jaar dat ik partijlid ben iets zo demagogisch gezien en een dergelijke verdraaiing der feiten”. Deze woorden klinken als een echo der woorden van Thomas Muenzer die dokter Luther uitmaakte voor dokter Luegner om zijn geschrift waarin hij de protestantse vorsten verdedigde tegen de boeren.

Dat is het dus wat gij, Lenin, geworden zijt aan het eind van uw historische loopbaan.

Ik kijk strak en met woede naar het portret van Lenin, dat boven de tafel in mijn cel hangt.

Voor mij staan twee Lenins, zoals er twee Luthers en twee Cromwells waren, die welke de opkomst der revolutie bevorderden en die welke zijn verval bewerkstelligden. Deze beslissende historische verandering greep plaats in een tijdsbestek van twee of drie jaar van revolutionaire beroering in de Russische revolutie en wij hebben evenals de tijdgenoten der vroegere omwentelingen tien of twintig jaar later gediskussieerd of deze beslissende verandering al dan niet had plaats gevonden.

Lenin, uw schuchtere oppositie in uw laatste levensjaar tegen het ongebreideld stalinisme was misschien een persoonlijke tragedie, maar politiek gezien ging die toch niet verder dan een weifeling tussen variaties van burokratie.

Het lot van de Bolsjewistische partij en dat van Lenin en Trotzki bevestigen eens te meer, dat in de vooruitstrevende partijen de grootste leiders beperkt zijn door de voorwaarden van plaats en tijd en daarom onvermijdelijk op een bepaald moment konservatief worden en doof voor de nieuwe eisen van de tijd.

De legende van Lenin onthulde zich voor mijn ogen als de heiliging van de leugens en misdaden der burokratie.

Om de macht van de burokratie te vernietigen, die door uw hand werd geschapen, is het nodig u te vernietigen, Lenin, de legende van uw onfeilbare proletarische natuur.

Gij hebt een verzwakt proletariaat niet geholpen in het uur van zijn laatste beproeving, maar het op het hoofd geslagen. Als de wereld nog een les nodig had, dan hebt gij die haar geleerd: Indien de massa de revolutie niet kan redden, dan kan niemand anders het doen. Uw ervaring toont aan, dat de proletarische revolutie slechts gered kan worden door haar voort te zetten tot het einde, tot het bereiken van de volledige bevrijding der gehele arbeidende bevolking. Een revolutie, welke niet tot dit eind wordt voortgezet, ontaardt onvermijdelijk in een overheersing van de meerderheid der arbeiders door een nieuwe bevoorrechte minderheid.

“Geen goden, geen heiligenbeelden” zei ik rustig tot mijzelf. Het portret van Lenin werd op de grond gesmeten en aan stukken gescheurd.

Het is donker in de cel…… Buiten in de vrije ruimte is het nacht. De bergen en de steppen van de Oeral zijn in sluimering verzonken. Ik voel mij bedroefd en neerslachtig.

Gedurende een half jaar was ik niet in staat om uit te spreken of te beschrijven wat ik dacht en voelde toen ik afscheid nam van de legende van Lenin.

(vertaald uit “Politics”, augustus ’46.)

Transcriptie van de vertaling die in 1946 in delen verscheen in het weekblad van de Nederlandse communistenbond Spartakus. Een Engelse vertaling van het hoofdstuk staat hier: http://libcom.org/library/lenin-ciliga en het volledige boek hier: https://libcom.org/library/russian-enigma-ante-ciliga.