Signals of disorder: Anarchie zaaien in de metropolis

Signals of disorder: Anarchie zaaien in de metropolis

Een artikel van A.G. Schwarz over de bijdrage van anarchistische actie en signalen van opstandigheid aan een klimaat van rebellie.

In een artikel uit het boek “We are an image from the future: the Greek revolt of December 2008” sprak ik kort over een punt waarvan een vriend met overtuigde om hier dieper op in te gaan. Het idee in kwestie is dat van ‘signals of disorder’ en hun belang bij het verspreiden van rebellie.

Voor zover het Griekenland betreft gaat het argument dat door het uitvoeren van acties – voornamelijk gerichte vernielingen en het gooien van molotovs tegen banken en politiestations, de meest overduidelijke symbolen van de kapitalistische uitbuiting en het staatsgeweld in de Griekse maatschappij – insurrectionaire anarchisten subversieve zaadjes hebben gezaaid. Ondanks het feit dat de meeste mensen het toentertijd niet met deze acties eens waren hebben deze zich wel in hun bewustzijn geworteld en op het moment van de sociale ontploffing namen mensen deze vormen over als hun eigen middelen om hun woede uit te drukken waar alle oude vormen van politieke activiteit tekort schoten.

Een interessante eigenschap van deze signalen is dat ze met afkeuren begroet worden door dezelfde mensen die ze later kunnen hanteren. Dit is geen verrassing. In de opiniepeilingen van de democratie stemt de meerderheid immers altijd tegen ‘het gepeupel’. In de dagelijkse normaliteit moeten mensen zichzelf vaak genoeg verraden om te overleven. Ze moeten hen volgen die ze niet geloven en datgene ondersteunen waar ze zich niet in kunnen vinden. Vanaf de veiligheid van hun bank juichen ze voor Bonny en Clyde terwijl ze op de openbare weg “Dank U, meneer agent” zeggen tegen de politieagent die hen net een bekeuring heeft uitgeschreven. Deze gecontroleerde schizofrenie is de min of meer rationele respons op het dagelijks leven onder het kapitalisme. Het feit dat onze manier van overleven het leven zelf onmogelijk maakt vereist een permanente cognitieve dissonantie.

Het meest logische is dus niet om ‘in discussie met de massa te treden’ of de feiten te delen die ‘het fundament van het kapitalisme’ zullen ontkrachten, feiten die iedereen dagelijks ervaart, en het meest logische is ook niet om ons ‘keurig’ te gedragen, om altijd ons vrolijkste gezicht te laten zien en te verwachten dat onze populariteit maar vanzelf rap zal stijgen. Het meest verstandige is om de Autoriteit aan te vallen waar we maar kunnen.

Aanvallen is niet anders dan het communiceren van de redenen van onze aanvallen of het opbouwen van de middelen om te overleven, omdat we overleven om aan te vallen en aanvallen om te overleven en we communiceren omdat communicatie de isolatie aanvalt en de isolatie het leven onmogelijk maakt.

Waarom zijn ‘signals of disorder’ aanvallen op kapitalisme en de staat? Uiteindelijk is de politie toch maar de boksbal, het stootkussen van de staat en een van de limiteringen van de opstand van 2008 was dat de anarchisten zich teveel op de politie focusten in plaats van op de staat in al haar vormen. En hoe zit het met het inslaan van verzekerde bankruiten? Het verspreiden van ‘signals of disorder’ zou net zo goed het verspreiden van graffiti kunnen zijn of het vormen van een aanwezigheid op de straathoeken. Is het niet gewoon de ritualisering van doelloze en impotente rebellie zoals de nee-schudders zo snel zullen roepen?

Het blijkt dat de duivel in de details zit.

Het idée van ‘signals of disorder’ is eigenlijk een omkering van de ‘Broken Windows Theory’ in de politiewetenschappen. Het artikel ‘Broken Windows’ van Wilson en Kelling bracht dit disciplineringsidee als eerste naar voren in 1982 maar het was pas toen Kelling 10 jaar later door de NYC Transit Authority in dienst werd genomen dat dit vlaggenschip van minutieuze sociale controle werd gelanceerd. Met de verkiezing van Rudolph Giuliani als burgemeester van New York in 1993 nam ‘Broken Windows’ stadsbrede dimensies aan en stak al snel de kop op door het hele land. In het begin van de 21e eeuw werd ‘broken windows’ overgenomen door de sociaaldemocratieen van Europa.

Onder technocraten is ‘broken windows’ controversieel omdat het makkelijk causaliteit en correlatie kan verwarren: simpelweg omdat gebroken ramen en andere ‘signals of disorder’ vaak gepaard gaan met hogere misdaadcijfers in bepaalde buurten betekend niet dat ze de oorzaak van die misdaad zijn. Soms hoor je de opmerking dat zonder de juiste ‘gevoeligheidstraining’ broken windows disciplinering kan leiden tot repressie gericht op minderheden.

Dit slaat echter allemaal de plank mis: de staat is niet geïnteresseerd in het reduceren van criminaliteit, de staat is geïnteresseerd in het vergroten van haar sociale controle en ‘broken windows’ is een cruciale uitbreiding van haar arsenaal. Giuliani’s heerschappij van ‘zero tolerance’ ging niet alleen tekeer tegen zwartrijders en graffitispuiters. Onder zijn leiding werd de NYPD het eerste politiedepartement ooit dat meer arrestaties dan gemelde misdaden rapporteerde. Hele wijken werden leeg getrokken van bepaalde demografische groepen met het deporteren van jonge zwarte mannen naar noordelijkere gevangenissen. Een politieapparaat dat zich hevig richt op de kleinste details van het dagelijks leven, die de kleine strategieën van verzet tegen het leven onder kapitalisme criminaliseert, is een essentieel onderdeel van de expansie van de politiemacht als geheel.

Waarom criminaliseert de gemeenteraad van San Francisco op straat zitten of liggen? Waarom verbied de gemeenteraad van Barcelona het openbaar spelen van muziek op straat zonder vergunning? Waarom heeft de overheid in Groot-Brittannië een hele waslijst van verboden, zogenaamd ‘anti-sociaal’ gedrag opgesteld?

Omdat het doel van de staat totale sociale controle is. Omdat het pad van het kapitalisme richting de totale commercialisering van de publieke ruimte loopt. Iedere keer wanneer we een nieuwe invasie van staat en kapitaal in de kleine aspecten van het dagelijks leven tegenkomen, iedere keer als we die invasie bestrijden, dan strijden we een potentieel revolutionair gevecht. Als de autoriteit ons meer en meer op nanoniveau gaat controleren dan krijgen de spuitbus, de steen en de molotov hetzelfde belang als de AK-47.

Het verspreiden van ‘signals of disorder’ bereikt een aantal dingen. Het vergroot onze tactische kracht door onszelf te trainen in een arsenaal van aanvallen, bezettingen en onbeheersbaarheid.

Het onderbreekt het fabeltje van de ‘sociale vrede’ en werpt het onbetwistbare feit op dat er mensen zijn die zich tegen de dominante orde keren en hier tegen strijden. Dit betekent dat de redenen voor deze strijd, de anarchistische kritiek, serieuzer genomen moet worden omdat ze al daadwerkelijk bestaat op de straten. Op deze manier creëren de aanvallen de strijd als een feit op een manier die anders alleen mogelijk zou zijn in tijden van grote sociale onrust en beweging. Om dit effect te bereiken moeten de ‘signals of disorder’ zich expliciet verbinden aan een herkenbare sociale praktijk, een die anders genegeerd zou worden of opgedeeld zou worden in de excentriciteiten van een levensstijl. Mensen moeten weten dat de graffiti en ‘broken windows’ (zowel letterlijk als in de breedste zin van het woord) het werk van ‘de anarchisten’ zijn of een andere groep die een publieke aanwezigheid heeft, omdat ‘signals of disorder’ die geïsoleerd kunnen worden als onderdeel van een soort ‘stedelijke ruis’ met veel legitimiteit weggeveegd kunnen worden met technieken die meestal voorbehouden zijn voor levenloze objecten en uiterlijke onzuiverheden; ze zouden ons van de straten vegen met dezelfde chemische strengheid waarmee ze de graffiti van de muren spuiten.

Signals of disorder zijn besmettelijk. Ze trekken mensen aan die ook in staat willen zijn om hun eigen wereld te veranderen en te kneden in plaats van er slechts passief doorheen te wandelen. Ze zijn makkelijk te kopiëren en soms, meestal buiten onze controle of voorspellingen, verspreiden ze zich ver buiten onze kringen. Ze stellen ons, en iedereen, in staat om zichzelf in de publieke ruimte op te werpen, om de commercialisering tegen te gaan, om de wijken die van ons zijn te kneden en om de vruchtbare grond te scheppen waaruit een nieuwe maatschappij kan ontstaan.

In een wijk waar de muren bedekt zijn met anarchistische posters, staat prachtige radicale graffiti naast de gebruikelijke tags, blijft reclame nooit lang hangen, zijn de ruiten van luxueuze auto’s, banken en bourgeois restaurants nooit veilig en komen mensen bij elkaar op de straathoeken en in de parken om te praten en wat te drinken. Onze ideeën kunnen serieus bediscussieerd worden buiten onze eigen kleine kringen en de staat zou een gigantische counterinsurgency operatie nodig hebben om überhaupt de hoop te hebben om ons te verdrijven.

Wanneer we straffeloos hun kleine wetten kunnen breken laten we zien dat de staat zwak is. Wanneer reclame vernield wordt en de publieke ruimte bevrijd wordt, laten we zien dat het kapitalisme niet absoluut is.

Maar op hetzelfde moment moeten we niet de fout maken om het belang van deze praktijk te overdrijven. Soms is het misschien nodig om een ‘bende’ te zijn, maar we zijn nooit enkel en alleen een ‘bende’, als op een bepaald punt alleen onze negativistische kant zichtbaar is, zijn we kwetsbaar voor de totale repressie. Er is een enorme hoop woede die circuleert, zonder toereikende uitlaatklep, waarmee we resoneren door middel van onze aanvallen. Maar er is evenveel liefde die nog harder schreeuwt voor mogelijkheden tot echte expressie. Mensen snakken naar de gemeenschap en solidariteit die het kapitalisme hen onthoud en onze weg uit dit labyrint van isolatie is er een waarbij we opzoek gaan naar anderen en hen tegemoet komen waar ze nu zijn. Om mensen tegen te komen in onze zoektocht naar medeplichtigen.

Behalve in de magische ruimte van de rel kunnen we niet op een veilige manier spontaan onze kameraden voor de aanval vinden. Maar in de geestdodende sleur van de alledag vinden we medeplichtigen om de kleine gebaren van verzet mee te delen, de kleine voorproefjes van de commune die we gezamenlijk opbouwen – een verloren conversatie, een flyer die iemand met interesse leest, het collectief delen van een gestolen maaltijd, de samenwerking in een gemeenschappelijke tuin, het uitdelen van giften.

De anarchisten moet tegelijkertijd diegenen zijn die beschuldigd worden van schokkende onfatsoenlijkheid en onredelijk ‘extremisme’ op alle juiste momenten (“Ze staken vier politieauto’s in brand op onze vreedzame demonstratie!”) en diegenen die de stad doorgaan om gratis gemeenschappelijke maaltijden te koken en uit te delen, om straatfeesten te organiseren, om filmavonden te organiseren, om collectieve bibliotheken te organiseren, fietsrepratieworkshops te houden en op te duiken bij diverse acties (“kijk, het zijn die aandoenlijke anarchisten weer!”).

We zijn het veiligst van de rechterhand van de repressie en de linkerhand van de recuperatie wanneer iedereen grondig verward is of ze ons nu moeten vrezen of van ons moeten houden

A.G. Schwarz