Interview met een Egyptische anarcho-syndicalist - Kosmoprolet

Interview met een Egyptische anarcho-syndicalist - Kosmoprolet

Een interview met Jano Charbel, arbeidsjournalist en anarcho-syndicalist uit Caïro over klassensamenstelling, Islamisten, vakbonden, genderverhoudingen, feminisme en de perspectieven van de sociale strijd in Egypte. Het interview is afgenomen door twee "vrienden van de klasseloze samenleving" in Caïro in de lente van 2011.

Hoe zou je de klassensamenstelling van de opstand omschrijven? En tot op welk niveau was economische onvrede een drijvende kracht, zelfs terwijl politieke en niet zozeer economische eisen de meest gehoorde waren?

De opstand begon, zoals algemeen bekend is, op 25 januari (2011). Dat is Egyptische Politie Dag. Natuurlijk was er al een sterke afkeer tegenover de politie. Op 25 januari was het vooral de jeugd die de straat op ging, ook al waren er ook oudere mensen, die waren echter niet in de meerderheid. De protesten, waarvoor werd opgeroepen op Facebook, gebeurde in een aantal steden in het land. Ik was toentertijd in Alexandië. Er waren daar ongeveer 20.000 mensen aan het demonstreren en in Caïro waren de aantallen veel groter. Maar omdat ik hier niet was kan ik niet zo veel vertellen over de samenstelling op de eerste dag. Toen ik in Caïro aankwam om één uur in de nacht aankwam waren de mensen al van het Tahrir-plein verdreven. Er waren echter nog steeds meer dan 10.000 mensen aanwezig in de straten om te demonstreren en protesteren; ik dacht dus, het is een erg grote issue. Ik had niet meer zulke aantallen op straat gezien sinds de oorlog tegen Irak.

De leuzen waren vooral gericht tegen het regime en een aantal waren geïmporteerd vanuit Tunesië, zoals “de mensen eigen de verwijdering van het regime”. Activisten van de Egyptische oppositie hebben verscheidene anti-Mubarak leuzen en anti-regime slogans gebruikt sinds december 2004. Maar deze specifieke leus was niet gebruikt tot het succes van de Tunesische opstand. Deze Tunesische anti-regime slogan is nu te horen op de straten van Libië, Yemen, Syrië en in de opstanden in andere Arabische landen.

Een andere leus was “Hier is Mohammed met Younis” – betekenend: Christenen en Moslims zijn verenigd – “Morgen is Egypte zoals Tunis”. Dus ik denk dat de drijvende kracht en inspiratie kwam van de Tunesische Revolutie. Egyptenaren realiseerden “We kunnen hetzelfde doen, we kunnen ons ontdoen van deze dictator die al 30 jaar dit land regeert én, samen met de dictator, het gehele regime. Dit hele corrupte, onderdrukkende systeem kan worden verwijderd” net zoals ze in Tunesië hebben gedaan. Ik twijfel niet aan het revolutionaire potentieel van de Egyptische jeugd of de Egyptische massa's maar ik denk dat zonder het voorbeeld van Tunesië de revolutie in Egypte een stuk minder aannemelijk zou zijn.

De Egyptische bevolking werd zelfverzekerder en militanter na het zien van het succes van andere Arabieren (Tunesiërs) in het omverwerpen van een regime dat op erg vergelijkbaar wijze onderdrukkend, corrupt, dictatoriaal, pro-imperialistisch en door het Westen gesteund – net als Mubarak's regime hier thuis. Toch was iedereen verrast door de aantallen mensen die de straat op gingen in steden door het hele land, waaronder Alexandrië, Caïro, Suez, Mahalla, Mansoura etc.

Dus al vanaf het begin waren protesten in Mahalla, bijvoorbeeld 'arbeiders' protesten?

Ik was niet in Mahalla tijdens de 18-daagse opstand, maar ja, Mahalla is een geïndustrialiseerde stad. Verslagen wijzen er op dat er op de protesten onder andere arbeiders, studenten, boeren, en werkelozen waren. Mahalla is ook belangrijk omdat er een historische opstand is geweest in die stad op 6 en 7 april 2008, hoofdzakelijk geleid door mensen uit de arbeidersklasse, werkeloze jeugd, armen uit de straten en andere gemarginaliseerde groepen in de samenleving.

Voorafgaand aan de volksopstand in deze stad was er een ongekende golf van stakingen door het hele land – beginnend met de textiel-staking in Mahalla in december 2006. Het succes van deze staking gaf de Egyptische arbeidersklasse de moed om hun rechten op te eisen – hun politieke en hun sociaaleconomische rechten. De opbouw vind ook haar oorsprong in 12 december 2004 toen 300 mensen het eerste publiekelijke anti-Mubarak protest hielden. Dit was ongekend tot dat moment. Niemand durfde tot dat moment “Weg, weg met Hosni Mubarak” op straat te roepen; als je het durfde om te doen zou zeer waarschijnlijk verdwijnen en niemand zou ooit nog iets van je gehoord hebben.

Je zou dus een aantal momenten en katalysatoren in de recente geschiedenis kunnen aanwijzen. Hierbij moet ook worden vermeld dat 25 januari Egyptische Politie Dag is (of beter gezegd, was), een officiële nationale vrije dag. De Egyptische politie werd al lang veracht voor hun onderdrukking, aanwezigheid, arrogantie, gewelddadigheid, hun wijdverspreide en systematische gebruik van martelingen, gepaard gaan met hun corruptie. De politie was, en is nog steeds, het meest gehate gezicht van de Egyptische staat.

Die haat is iets dat verschillende delen van de samenleving zou kunnen verenigen – studenten, professionals, arbeiders...?

Ja, maar vanaf het begin was het vooral de jeugd die de straat op ging. Natuurlijk waren er arbeiders bij betrokken, zowel blauwe- als witte-boorden werkers (Noot: In Europa wordt zo soms het onderscheid gemaakt binnen de arbeidersklasse tussen kantoor - wit - en productiewerk - blauw). Toch zijn de arbeidersstakingen pas in een later stadium in de 18-daagse opstand begonnen. Duizenden arbeiders steunden in eerste instantie de opstand van 25 januari vanuit de fabrieken. Zij stuurde brieven en berichten van solidariteit; later begonnen zij met protesteren en te kamperen op het Tahrirplein. Maar het was pas drie of vier dagen voor de val van Mubarak dat zij massaal gingen staken.

Zou je kunnen zeggen dat de toename van de stakingen een beslissende rol hebben gespeeld in het verdrijven van Mubarrak?

Ik denk dat als er geen stakingen zouden zijn geweest, Mubarak er op had kunnen gokken om het vuur van de protesten uit te laten doven en het momentum te laten verliezen. Het regime zette haar propaganda in volle kracht in – via de staatstelevisie, radio en de kranten – om zo het beeld van opstand te verzwakken en verdraaien. En ze gebruikte de media ook erg effectief om de mensen angst in te boezemen. Het was een erg goed georganiseerde campagne van psychologisch terrorisme gericht op de massas.

Propaganda spuwde het beeld uit dat we in chaos leefden, dat we terug moesten naar stabiliteit en normaliteit en dat Mubarak Egyptes redder was. Er zitten buitenlandse krachten achter deze protesten – Iran, Hamas, Hezbollah, Israël, the VS, Groot Brittanië, Al-Queda, Taliban, etc.

Als het niet aan de arbeidersstakingen had gelegen had Mubarrak de macht kunnen behouden, niet oneindig, maar zeker nog voor 6 maanden – tot het einde van zijn termijn. En dan had hij zijn zoon Gamal op de troon kunnen installeren. Zo had hij het regime kunnen behouden. In dat geval hadden we massale hevige straatprotesten gezien, die echter niet zo veel hadden bereikt. Dus ik denk dat het keerpunt in de opstand lag bij de stakingen.

Wat voor een schaal behaalde de stakingen? Waren zij zo groot als in 2008, of misschien nog groter?

Nu zijn ze misschien wel groter dan in 2008. De golf van stakingen die begon in december 2006 werd minder tegen het eind van 2010. Er werd door het hele land nog wel melding gemaakt van arbeidsstakingen maar het aantal nam af, net als de arbeidersprotesten. De heropkomst tijdens de opstand – op 8 februari 2011 – betrof ook belangrijke sectoren van de nationale economie. Arbeiders uit het openbaar vervoer ging in staking terwijl duizenden anderen in de regio langs het Suezkanaal protesteerden of dreigden ook over te gaan tot stakingen. En dt is een van Egypte's primaire bron van inkomsten en opbrengsten Deze stakingen voerden de druk op het regime meer op dan wat dan ook – je kunt straatprotesten controleren, maar als er gigantische protesten zijn in combinatie met stakingen, zit je flink in de problemen.

Arbeidsstrijd voorafgaand aan de Revolutie

Hoe zou je de meest recente ontwikkeling in de situatie van de arbeiders omschrijven? Veel analyses berichten over een grote terugval voor de arbeiders in de afgelopen decennia. Paul Amar schrijft: “de passie van arbeiders die begon met de opstand komt niet vanuit hun gemarginaliseerde positie of armoede; eerder vindt deze zijn oorsprong in hun centrale betrokkenheid in nieuwe ontwikkelingsprocessen en dynamiek.”i

Ik zou zeggen dat wat de stakingsgolf in 2006 tot nu triggerde was de verkiezingen binnen de vakbonden van oktober en november 2006. Er worden elke vijf jaar landelijke verkiezingen hiervoor gehouden. En die van 2006 zijn waarschijnlijk de slechtste geweest die Egypte ooit heeft meegemaakt. De meest ondemocratische en frauduleuze verkiezingen ooit – meer dan 20.000 arbeiders zijn er van weerhouden om zichzelf kandidaat te stellen of om zichzelf te nomineren.

Maar de officiële vakbond wordt toch vanaf het begin af aan al door de staat gecontroleerd? Dus wat voor een verschil maakte dit?

Ja maar de verkiezingen van 2006 maakte voor iedereen duidelijk dat deze vakbondsfederatie totaal niet de belangen van de arbeiders vertegenwoordigd. Dat al haar bonden – van lokale comité tot de algemene bonden tot de raad van de Egyptische Vakbondsfederatie (ETUF) – de belangen behartigen van de heersende partij, van het kapitaal. Zij zijn allemaal mensen van Mubarak, de lievelingen van het regime.

Na de uitslagen van deze smerige vakbondsverkiezingen gingen werkers van het staatsbedrijf Mahalla Textile Company – in die tijd had deze zo'n 27.000 werknemers – in december 2006 in staking. Zij kregen het voor elkaar hun eisen ingewilligd te krijgen en ze riepen ook op voor een stemming die het vertrouwen opzegde in het lokale vakbondscomité omdat zij hen niet representeerde. Ze begonnen met het verzamelen van handtekeningen om hun vakbondscomité in twijfel te trekken.

In onderhandelingen met de staatsvakbond ETUF en haar Algemene Bond voor Textielwerkers kregen ze het voor elkaar om een overeenstemming te bereiken om een eigen comité op te richten om te werken aan de arbeidersbelangen. De Algemene Vakbond achtte het officiële vakbondscomité niet onrechtmatig, maar liet de arbeiders toe om hun eigen representanten te kiezen in een nieuw zorgdragend comité.

Vergelijkbare eisen verspreidde zich naar andere textielwerkers, waaronder ook naar het staatsbedrijven Kafr el-Dawwar en Shebin el-Kom – beide erg grote textielbedrijven in de Nijl delta. Shebin el-Kom was geprivatiseerd dus zij hadden een aantal andere eisen, maar de arbeiders van alle drie deze bedrijven eisten het aftreden van de lokale vakbondscomités omdat deze ondemocratisch waren aangewezen en niet representatief waren.

In Kafr el-Dawwar en Shebin el-Kom wisten zo ook wat concessies te behalen. Dus deze stakingsgolf verspreidde zich en groeide exponentieel toen arbeiders zagen dat de enige manier om hun rechten te behalen was om te gaan staken. Andere sectoren volgde snel en begonnen ook met staken – waaronder handarbeiders, werknemers en kantoormedewerkers – waaronder advocaten, docenten, doctoren, ziekenhuismedewerkers etc.

Zouden deze stakingen in juridische termen als wilde stakingen worden omschreven? Ze waren duidelijk niet afgekondigd door de staatsbond...

Ze waren niet door de staatsbond geautoriseerd, dus ja, ze werden gezien als wilde stakingen.

Deze staking beïnvloedde alle sectoren van de economie en samenleving – publieke sector en private sector; blauwe- en witte-boorden arbeiders, flexwerkers, de informele arbeiders (Noot: Onder informele economie valt het deel dat niet belast wordt of waar zicht op is door wat voor een overheid, vaak zwarte arbeid. Dit wordt ook niet in het bruto nationaal product van een land op genomen. Dit in tegenstelling tot de formele economie) – iedereen begon te staken voor hun rechten. Werkers realiseerden dat de autoriteiten niet onze eisen inwilligden als we enkel buiten werktijden protesteerden, of als we enkel petities tekenden. De kracht van de staking legde druk op de autoriteiten om de eisen van de arbeiders in te willigen.

Wat ik me realiseerde terwijl ik verslag uitbracht van een aantal verschillende stakingen, was dat iedereen zei: “Waarom Mahalla en wij niet?”, “Hoe komt het dat zij hun rechten krijgen en wij niet?”, “Wij moeten ook staken.” Dit leidde tot een enorme golf van stakingen van december 2006 tot op de dag van vandaag die ongekend was sinds 1947. Maar tijden de jaren tussen 1950 en 1990, en zelfs tot 2009, waren de blauwe-boorden bonden totaal gecontroleerd door representanten van het regerende regime. Arbeiders die zich uitspraken tegen het systeem werden óf verwijderd uit hun vakbondscomités óf weerhouden van nominatie, en soms zelfs in de gevangenis gegooid.

Dus in december 2006 brak er een nieuw tijdperk van stakingen en protesten van arbeiders en professionals; en dit was een erg belangrijke stap in de opbouw naar de revolutie. Egyptische arbeiders begonnen actief hun ongenoegen te uiten over de corruptie, privatiseringen van bedrijven en het mismanagement van deze bedrijven door corrupte ambtenaren.

Duizenden werkers klaagden dat er een opzettelijke en systematische campagne was van het regerende regime om bedrijven uit de publieke sector verlies te laten leiden zodat ze geprivatiseerd konden worden. En om zo onwettig geld te verdienen aan deze privatiseringen. Volgens financiële schattingen betreft het fortuin van de Mubarak familie van 1 tot 70 miljard dollar. Het meeste van dit onwettige geld is verzameld in de jaren '90 toen de privatiseringen begonnen.

Het Mubarak-regime nam IMF-beleid aan als haar officiële beleid. De staat ging over tot een neoliberaal kapitalisme en opende haar markten via privatiseringsplannen. Dit is waar de corrupte ambtenaren miljoenen begonnen te verdienen, als het geen miljarden zijn. En natuurlijk, in de afwezigheid van een democratisch systeem, is er geen aansprakelijkheid of transparantie – de corruptie kon ongestoord haar gang gaan, het werd de norm.

Een conservatieve Duitse krant had een interessant verslag over Mahalla (Rainer Hermann, Ägypten: Vorgeschichte und Nachwirkungen, Frankfurter Allgemeine Zeitung, February 20th 2011) Zij interviewde een private fabriekseigenaar die de staking in Mahalla steunde omdat hij vond dat de arbeiders in de staatsfabriek een lager loon kregen dan wat hij zijn eigen arbeiders moest betalen. In andere woorden, dalen de lonen altijd als de bedrijven geprivatiseerd worden, of gaat het meer over de ontslagen?

Over het algemeen – maar niet in alle gevallen – heeft de private sector betere lonen. Maar betere lonen vertalen zich nog niet in meer arbeidersrechten. In tegendeel, de meeste vakbonden zijn in bedrijven in de publieke sector te vinden. Eb de meeste tijdelijke arbeiders bevinden zich in de private of informele sector. Je kan dus wel meer betaald worden in de private sector, maar over het algemeen heb je er geen vakbond, je hebt dus misschien geen pensioen en hebt minder baanzekerheid omdat je op elk moment ontslagen kan worden. Arbeiders die zichzelf proberen te organiseren, zich verenigen in bonden of staken hebben een grote kans ontslagen te worden.

Er zijn over het algemeen minder rechten voor arbeiders in de private sector – waaronder het recht om je te organiseren en op collectieve onderhandelingen.

Tijdelijk- en stukwerk contracten komen ook veel voor in de publieke sector, maar minder dan in de private. Arbeiders moeten een ongedateerde ontslagbrief tekenen, en de baas kan de datum van uittreding op elk moment invullen. Arbeiders zijn weerloos als er geen bonden zijn die hun belangen beschermen. Arbeiders worden hun periodieke/jaarlijkse bonussen ontnomen, ze hebben geen recht op gezondheidszorg, op vervoer, huisvesting of pensioenplannen. Zij worden eigenlijk ontdaan van de meest basis arbeidsrechten.

Denk je dat het deel van het proletariaat dat zonder werk zit, of zich in de informele sector bevind gegroeid is? Paul Amar noemt een recentelijke investeringspiek in Egypte. Daalt de hoeveelheid banen in productiewerk over het algemeen door privatiseringen of is er een piek die juist meer arbeidsplekken absorbeert?

Dit was het geval met textielbedrijf Shebin el-Kom (nu Indorama-Shebin) en talloze andere bedrijven die onrendabel zijn gemaakt. Het Mubarak regime heeft daarom besloten om deze te verkopen aan investeerders. Ik ben het er niet mee eens dat de private sector nieuwe kansen op banen heeft gecreëerd. In tegendeel; als deze bedrijven uit de publieke sector worden overgekocht ontslaan zij meestal duizenden werkers.

Dus werkeloosheid is nu een groter probleem dan zeg, 20 jaar geleden?

We hebben eigenlijk geen goede statistieken over werkeloosheid. Het Mubarak regime zei dat dit zeven procent was. Maar iedereen kon met eigen ogen zien dat dit totaal onwaar was. Vooral in de dorpen en rurale gebieden van Egypte, waar je arme families vindt die erg beperkte mogelijkheden hebben tot inkomen. Verarmde boeren families trokken massaal naar de verstedelijkte sloppenwijken waar zij vaak moeten terugvallen op bedelen en op zijn best seizoenswerk kunnen verrichten. Zij staan in de rijen op de stoepen van grote steden op zoek naar aannemers die hun willen huren voor constructiewerk. En dan heb je de informele sector nog die een deerde van de nationale economie beslaat. En die gekenmerkt wordt door stukwerk, seizoensarbeid en werk op oproepbasis.

Het zogenaamde overtollige proletariaat lijkt voor ons een immens groot issue in het globale perspectief. Feit is dat een groeiende groep mensen die hun arbeid verkopen dat niet meer kunnen doen op gangbare manieren en moeten terugvallen in de informele economie en eindigt in sloppenwijken.

Egypte is op de eerste plaats een agrarisch land – ook al probeert het hier van weg te gaan. Het aantal boeren en landarbeiders in ruraal Egypte is groter dan andere arbeiders en werknemers. Land werd van waarde ontdaan en afgestaan aan zakenmensen die nauw verbonden waren met de Nationale Democratische Partij (NDP) van Hosni Mubarak. Er waren enorme land toe-eigenen projecten die naar miljonairs en miljardairs gingen. Zoals in einde van de jaren '90 het project Toshka in de New Valley Government, in zuidwest Egypte.

De overheid zei, “we gaan dit tot een groen paradijs maken en investeerders zullen van over de hele wereld toestromen”. Ze verkochten het land vooral aan mensen van de NDP voor een fractie van de werkelijke waarde en aan mensen als de prins van Saudi Arabië Walid Abn Talal, één van de rijkste mensen op aarde.

Het hele project werd een mislukking; het land was ongeschikt voor landbouw; het is voor het grootste deel rotsachtige, onvruchtbare grond. Dus de enigste die er werkelijk van profiteerde waren zij die de beste grond kregen. De Saudische prins was er hier één van.

In het begin zei de Egyptische media dat Toshka duizenden nieuwe banen zou opleveren; grote kansen voor de jeugd en werkelozen. Toshka zou werkeloosheid tot iets uit het verleden maken. Het project zou de landbouw revolutionaire veranderingen brengen, fabrieken opleveren en overal zouden boerderijen te vinden zijn. Na een paar jaar, toen dingen steeds verder bergafwaarts gingen, zijn ze gewoon gestopt met spreken over dit gefaalde project.

Er zijn tegenstrijdige verslagen over de ontwikkeling van de Egyptische economie. Sommige suggereren dat deze sterk groeit, anderen zeggen dat statistische groei vooral komt door foute cijfers. Wat is jou beeld hier van en hoe zou je het algemene economische klimaat omschrijven?

Ik kan hier niet in detail antwoord op geven want ik ben geen econoom. Maar ja, de economie groeit. Buitenlandse directe investeringen zijn gestegen, de aandelenmarkt is gegroeid en heeft winst gemaakt, en alle zakenlieden in de bovenste klassen zijn erg blij. Maar dat vertaald zich niet door in vooruitgang voor arbeiders. Aan het eind is het de overheid die de scheve statistieken levert over het BBP en BNP.

Het minimumloon is sinds de jaren '80 van de vorige eeuw al gelijk, slechts 35 Pond (6 Dollar) per maand. Dit is onveranderd gebleven tot vorig jaar toen arbeiders-NGO's rechtszaken begonnen tegen dit onrealistisch lage minimumloon. Want nog geen enkel persoon kan leven van zo'n loon. Er werden juridische stappen ondernomen en er werden eisen voor een minimumloon van 1200 Pond (200 Dollar) gesteld tegenover de administratieve rechtbank. De rechtbank stemde in met het feit dat er een verhoging moest komen, en de Nationale Raad van Lonen – een instantie van de overheid – stelde vast dat het minimumloon op 400 Pond (70 Dollar) zou worden gesteld, wat nog steeds onrealistisch laag is. Zelfs de staatsvakbond ETUF stelde een minimum van 500 Pond voor. De NGO's zijn hierop verder gegaan met rechtszaken maar die hebben niets opgeleverd. Daarnaast zij de Raad dat dit minimumloon niet van toepassing zou zijn op de publieke sector – enkel voor private bedrijven.

Op welke gronden? Vanwege de hogere winsten in de staatssector?

De autoriteiten meenden dat het te veel druk zou leggen op de nationale economie, ze zouden niet genoeg geld in de staatskoffers hebben, enzovoort. Natuurlijk is dit – nu we weten dat deze ministers miljarden dollars hebben verzameld/gestolen en dat het fortuin van de familie van Mubarak wel kan oplopen tot 70 miljard Dollar – een totaal ongegrond argument. Deze reden werd aangedragen terwijl duizenden werknemers in de publieke sector slechts 60 tot 90 Pond (10 tot 15 Dollar) per maand verdienden. Hieronder vallen ook de staatswerknemers in de agrarische sector, technici en arbeiders in bijvoorbeeld de landaanwinningsprojecten.

Dus daar had je alleen iets aan als je op een bepaalde manier nog toegang had tot land?

Ja, of als je ander werk deed, of andere banen had. Tienduizenden over het hele land demonstreerden omdat ze een equivalent verdienden van 150 Dollar per maand of minder. Sinds december 2006 zijn er duizenden arbeiders die een maandelijks minimumloon eisten van 1200 Pond (rond de 200 Dollar). En ook dat dit minimumloon zou gelden voor alle sectoren.

Toen de opstand begon raakte deze sociaaleconomische eisen enigszins op de achtergrond, helaas. Het bleef echter een algemene eis, maar die werd naar de achtergrond gedrukt door de dringende politieke eisen van de opstand. Deze eisen werden het meest verwoord door de arbeiders zelf en de jeugd die betrokken was in de arbeidersbeweging.

Maar natuurlijk was de belangrijkste eis het verwijderen van Mubarak, het wegsturen van de ministers, hun rechtbanken, de opheffing van het Staatsveiligheid apparaat, het bestrijden van de corruptie etc. De eisen van de opstand waren vooral politiek, niet sociaal en economisch. En sinds de revolutie pompen de in het bezit van de staat zijnde media propaganda rond in de trant van: “Dit is niet het moment om te staken”, “De revolutie is geslaagd en over, ga terug aan uw werk want je schaad anders de nationale economie.” Ze gingen zelfs zo ver dat ze stakingen als onderdeel van de contrarevolutie wegzette.

Klink Orwelliaans.

Zeker, als het niet aan de stakingen van de arbeiders had gelegen dan zou Mubarak nog steeds aan de macht zijn geweest. Zelfs voor de revolutie waren de arbeiders de meest georganiseerde groep in de samenleving. Zij waren de meest invloedrijke en krachtige partij binnen Egyptes sociale bewegingen. Nu schilderen de staatsmedia, de interim-regering en het de Hoogste Raad van de Strijdkrachten (SCAF) de arbeidersstakingen af als onderdeel van de contrarevolutie.

De Commune van Tahrirplein

Om terug te gaan naar de revolutie. Hoe was deze georganiseerd? We horen telkens dat de politieke partijen en groepen geen belangrijke rol hebben gespeeld. Het was “het volk” die het deed. Sommigen spreken zelfs van de “Commune van Tahrirplein”.

Om de Commune van Tahrirplein te begrijpen moet je terug gaan naar de arbeidersstakingen en kijken hoe zij zichzelf redde terwijl ze geen inkomen hadden – deze stakingen konden weken duren, soms maanden. Als ze overgingen tot staken namen ze vaak hun familie mee om de fabriek te bezetten. Deze families voorzagen hen van goederen, en zorgden voor genoeg voedsel voor de arbeiders. Hetzelfde gebeurde op Tahrirplein. Het was op dezelfde gemeenschappelijke manier georganiseerd.

Dus hun families sliepen ook in de fabrieken?

Soms sliepen ze in hun eigen huizen, soms brachten werkers hen mee naar de demonstraties. En op Tahrirplein gebeurde hetzelfde, ze brachten hun families, hun families brachten voedsel en de mensen verdeelden dit onder elkaar.

Op Tahrir werd voedsel en drinken gratis aan mensen uitgedeeld. Mensen schoonde vrijwillig de straten op rond het plein, er was gratis gezondheidszorg in een aantal tenten die fungeerde als geïmproviseerde ziekenhuizen. Ik herinner me een Amerikaanse journalist op het plein die gewond was geraakt door de bendeleden van het regime. Hij zei dat deze revolutie hem iets had gegeven dat hij in de Verenigde Staten niet kon krijgen, en dat is gratis gezondheidszorg. Zijn verwondingen werden behandeld en niemand vroeg er een stuiver voor... Natuurlijk werden de gene die zwaarder gewond waren, met schotwonden, naar reguliere ziekenhuizen overgebracht. Zij konden niet worden behandeld in deze geïmproviseerde veldhospitalen.

Dus het was een zelfgeorganiseerde commune, als je het een commune wilt noemen; sommige mensen zeiden dat het een soort Woodstock was. Een feestelijke, zichzelf onderhoudende groep mensen met gelijke eisen en dit is denk ik erg vergelijkbaar met de stakende arbeiders.

Duizenden arbeiders uit Groot Caïro voegden zich na het afmaken van hun diensten naar de protesten. Er kwamen ook arbeiders uit verre provincies naar Tahrirplein. Zij bleven dan voor een dag, soms twee, soms meer en gingen dan weer terug aan het werk. Soms brachten zij ook hun families mee. Toen, op 8 en 9 februari gingen de arbeiders over tot een massale stakingsgolf.

Dit doet me erg herinneren aan de opstand in Griekenland waar word gezegd dat “dingen gewoon vanzelf gebeurden”. Dus er was geen organisatie van bijvoorbeeld de voedseldistributie, er waren geen bijeenkomsten of vergelijkbare fora?

Buurt-gebaseerde initiatieven genaamd gemeenschapscomités (popular commitees) ontstonden uit noodzaak. Ze werden opgericht om de buurt te beschermen en te patrouilleren omdat sinds 28 januari de politie was verslagen en zich terugtrok uit de straten. Maar niet alleen dat, ze lieten ook duizenden gevangenen vrij uit hun gevangenissen. Ik steun de vrijlating van gevangenen, maar sommige gevangenen hadden een erg gewelddadig crimineel verleden. En honderden – als het er niet duizenden waren – werden zelfs bewapend door de politie die hen vertelde: “Ga en val de mensen aan, richt grote schade aan”, “Vermoord wie je kunt, maak kapot wat je kapot wilt maken.”

Werden zij ook daadwerkelijk door de staat betaald?

Uit interviews die ik heb afgenomen van gewapende criminelen die op Tahrirplein waren overmeesterd kwam ik er achter dat velen van hen geld was beloofd door de agenten van het ministerie van binnenlandse zaken – soms wel tot 5000 Pond (830 Dollar). Natuurlijk hebben ze hier waarschijnlijk niets van ontvangen, maar ze waren bedragen beloofd die voor Egyptische standaarden voor een klein fortuin doorgaan.

De gemeenschapscomités begonnen zich te organiseren voor de verdediging van hun buurten, huizen, winkels en andere eigendommen. De staat was grotendeels ingestort en leverde tijdelijk geen diensten meer. Deze comités namen ook taken op zich als het schoonhouden van de straten, het herschilderen van de trottoirs, het afvoeren van afval, regelen van het verkeer, ga zo maar door. De mensen werden hiervoor niet betaald. Het zat in hun aard om dit te doen. De mensen beseften dat dit onze revolutie was, en als de staat ons hier niet bij helpt dan helpen we ons zelf.

Zulke spontane grass-roots organisatie was ook zichtbaar in Tahrirplein, maar niet alleen daar – er waren vele Tahrirpleinen over het hele land, in Alexandrië, Mahalla, Suez, Manoura, El Arish, Assuit, El-Minya, etc. Mensen organiseerde zelf hun samenlevingen. Mensen waren bereid om de staat omver te werpen en ook de staat voorbij te groeien door voedsel en gezondheidszorg te bieden, op te ruimen, verkeer te regelen en ga zo maar door. Egyptenaren hadden voorheen weinig goeds gezien vanuit de regering, enkel corruptie en onderdrukking – meer dan 680 mensen zijn vermoord tijdens de revolutie.

Nieuw patriottisme

Voor de revolutie schaamden mensen zich om zichzelf Egyptenaren te noemen. Dat is waarom ze er vaak voor kozen zich in eerste te identificeren als Moslim of Christen. Jonge mensen stonden in lange rijen bij de ambassades van Westerse landen, wanhopig om het land te verlaten.

Het lijkt bijna alsof er een heropleving van patriottisme plaats vind via de revolutie, we zien overal Egyptische vlaggen...

Ja, er is een heropleving van Egyptisch nationalisme en dat is iets wat ik bewonder. Maar op hetzelfde moment denk ik dat het ook overdreven wordt...

Waarom bewonder je het?

Er is bijvoorbeeld een pakkende slogan ontstaan tijdens Mubaraks val: “Houd je hoofd hoog als je een Egyptenaar bent.” Vroeger was het altijd: Houd je hoofd laag want je bent een Egyptenaar, loop niet uit de maat, anders zou je in de gevangenis kunnen belanden. Nu zeggen mensen: “Dit is mijn land, ik ben niet bang om voor mijn mening op te komen, ik kan de samenleving herbouwen, het is niet meer het land van Mubarak en zijn corrupte zakenmensen en ministers. Als je het zo bekijkt is dit patriottisme bewonderenswaardig, maar natuurlijk heeft de media het totaal uit haar context getrokken, waarbij er ook een xenofoob element is toegevoegd.

Sommigen van de leuzen zijn zelfs erg reactionair: “Egypte is de beste”, zoals Egypte über alles. Het grenst zelfs aan fascisme, het is te nationalistisch. Of om te zeggen: “We zijn allemaal Egyptenaren” – ja, dat zijn we, maar er zijn rijke en machtige Egyptenaren die meer dan bereid zijn je uit te buiten, die bereid zijn je naar de gevangenis te sturen en je dood martelen als dat nodig is om hun belangen te beschermen.

Maar juist om die reden bestaat er geen onschuldig patriottisme dat dan overdreven wordt. Ik snap wat je bedoeld, dat het een uiting was van je hoofd omhoog durven doen en niet alles meer pikken...

… om je land terug te veroveren...

...Ja, maar “je land terug veroveren” is niet het perspectief. Het gaat om het afschaffen van de staat op een wereldwijde schaal, het afschaffen van grenzen...

Zeker. En dat is wat wij als anarchisten of links radicalen zouden willen zien. Maar je kunt niet van A naar Z in één sprong. Soms moet je het stapsgewijs doen. En dit patriottisme gaat nu te ver. Er heerst een idee van “Egypte eerst” – dus ga niet staken, denk niet na over de belangen van je klasse. Dat is nationalistische propaganda.

Dus je zou een onderscheid maken tussen nationalisme en niet-zo-slecht patriottisme?

Ze zijn beiden eigenlijk bijna het zelfde, ze zijn slecht, maar er zijn verschillende niveaus van slecht nationalisme. Je kunt nationalisme hebben dat zegt: “Neem je land terug, hef je hoofd op”. En dan kan je nationalisme hebben dat zegt: “Er zijn buitenlandse elementen betrokken in de revolutie en de buitenlandse media verspreid leugens.”

En dan heb je xenofobie. En er is nationalisme met het doel tot nationalisme – laten we een symbolisch Egypte beschermen ten koste van onze eigen klasse-belangen. Dit is wat ik het meest schadelijk vind op het moment: Egypte eerst, en laten we onze klasse-belangen vergeten. Ik zou graag een eind zien aan het wapperen met vlaggen en het rood, wit en zwart schilderen van gezichten

Laten we kijken wat onze werkelijke belangen zijn – zeker 40 procent van de Egyptenaren leeft onder de armoedegrens en de meerderheid van de rest knokt om hun hoofd bovenwater te houden. Zelfs hogeropgeleiden, zij verdienen misschien 1000 Pond (net iets meer dan 165 Dollar) per maand. Dat is zeker niet genoeg om een gezin te onderhouden. Dus het is niet dat Egypte de revolutie heeft gemaakt en iedereen dezelfde belangen heeft. Er zijn arbeiders of werkers belangen en er zijn de belangen van de kapitalisten.

Gender, Klasse en Feminisme

Wat is de rol van vrouwen in de opstand geweest en wat voor een impact heeft de opstand op genderverhoudingen?

Sinds 25 januari spelen vrouwen een erg belangrijke rol in de revolutie. Ze waren zichtbaar in de protesten, en op sommige plekken waren ze misschien zelfs in de meerderheid. Ik ben enkel in Caïro en Alexandrië betrokken geweest en daar waren vrouwen een qua omvang, grote minderheid, misschien 30 tot 40 procent, misschien meer. Je zag vrouwen met hun haren onbedekt en anderen met een hijab. Zij waren in allerlei activiteiten betrokken – van demonstreren in de frontlinies, het schoonhouden van de straten, geven van vurige speeches op Tahrirplein tot voedseldistributie en medische zorg.

Op buurtniveau was het zo dat in de buurcomités vooral de mannen wapens als zwaarden, messen, knuppels en soms geweren droegen. Vrouwen maakten voedsel en soms molotovcocktails voor de mensen in de straten. Sommige vrouwen en meisjes konden ook met deze comités te vinden zijn met het wacht staan in de straten.

Dat is over het algemeen vooral conform de traditionele genderrollen.

Ja, dat klopt. Kijkende naar 28 januari tijdens de bezettingen van het plein en de kampementen, zag je dat vrouwen op natuurlijk wijze zichzelf hierbij betrokken. Dit op zichzelf trok de grenzen waarbinnen de maatschappij de vrouw had geplaatst al in twijfel, volgens welke zij geleerd waren thuis te blijven – zij het in de keuken, de slaapkamer of om voor de kinderen te zorgen. Vrouwen sloegen deze beperkingen in de wind, ze gingen naar de frontlinies in de protesten en straatgevechten met de politie. Sommigen gingen zelfs de confrontatie aan met het gewapende tuig door het gooien van stenen. En dat is niet iets dat je normaal in de straten zou zien van pre-revolutionair Egypte. Dus dit was een erg radicaliserende en bevrijdende ervaring voor zowel vrouwen als meisjes.

En dit gebeurde niet alleen op Tahrirplein. In een aantal fabrieksstakingen, protesten en bezettingen waren het de vrouwen die het leidde. Er was een historische ontwikkeling bij de textielfabriek Mansoura Espagna Company die vooral vrouwen voor hen heeft werken (waarvan bijna allen een hijab of niqab dragen). Tijdens hun fabrieksbezetting in 2007 sliepen mannen en vrouwen onder één dak, op dezelfde plek. Natuurlijk waren hun slaapkamers gescheiden door doeken, maar dit was voor de meer conservatieve mensen hoe dan ook onacceptabel, buiten huis slapen. Sommige vrouwelijke arbeiders waren hierdoor zelfs gescheiden en een aantal verloofden werden verlaten door hun toekomstige man. Maar hoe dan ook, de vrouwelijke arbeiders braken deze taboe.

Waren er hier conflicten rondom tijdens de opstand, vertelden de meer conservatieve elementen vrouwen naar huis te gaan?

Ik heb nooit iets daar over gehoord. Niet eens over de meest reactionaire elementen van de samenleving. Wat wel gebeurde was dat sommige conservatieve mannen reactionaire, opdringerige boodschappen predikten – “Waarom draag je geen hijab?”, “Van welke religie ben je?”, “Bid je wel?”, dat soort shit.

Seksuele intimidatie bestond vrijwel niet op Tahrirplein. Het is helaas wel weer aan het opkomen, maar het is nu veel aannemelijk dat vrouwen terug vechten. De revolutie heeft hen veel bewuster gemaakt van hun rechten en ook van hun mogelijkheden als revolutionaire militanten. Niet meer enkel als moeder, vrouw, docent of concubine. Vrouwen en meisjes voelden zich sterk toen ze de straat op gingen, ze waren net zo actief en militant als mannen, als het niet meer was. We hebben vele voorbeelden gezien van vrouwen die veel militanter en moediger waren dan mannen.

Hoe passen de aanvallen op vrouwen tijdens de demonstratie van 8 maart in dit plaatje?

De demonstratie op Internationale Vrouwendag was voor gelijke rechten en kansen, en voor de revolutie was het extreem zeldzaam om een demonstratie van enkel vrouwen te zien – voor een eeuw zijn er protesten van mannen en vrouwen samen te zien geweest in Egypte, maar dit was een bijna enkel-vrouwen protest en daarmee zou het een provocatie kunnen zijn geweest voor de meer conservatieve en reactionaire elementen. Veel vrouwen hadden hun haar ook niet bedekt. Dit werd na de onttroning van Mubarak een nieuw middel van de staatspropaganda: dat de protesten en stakingen het land schaadde. Dus mensen begonnen te zeggen: “We moeten Egypte's rechten eisen, geen vrouwenrechten, dat is een secundair onderwerp.”

Ik heb verschrikkelijke details gehoord over de intimidatie van vrouwen. Vrouwen vertelden dat ze gewend waren aan intimidatie maar wat er op die dag was gebeurd ging veel verder dan dat. Je had meerdere mannen die hen betaste, niet maar één. Vrouwen werden in elkaar geslagen en een vrouwelijke journalist – vooral buitenlandse – was aangerand. Lara Logan, van CBS werd bijna groepsverkracht. Dus op de dag eisten vrouwen hun rechten op terwijl reactionair Egypte zei: “Nee, dit is een mannelijk georiënteerde samenleving. De revolutie is over, we hebben gewonnen, dus ga maar naar huis.”

Maar vrouwen waren tijdens de revolutie geradicaliseerd sinds hun aanwezigheid op Tahrir – net als mannen waren – en in het Nieuwe Egypte moeten ze dezelfde rechten en vrijheden hebben. Neem bijvoorbeeld het volgende, voor de revolutie meenden de Moslim Broederschap en andere ultraconservatieve groepen dat vrouwen – net als niet-Moslims – niet zouden moeten mogen dienen als president van Egypte. Andere conservatieve reactionaire groepen – waaronder zowel Moslims als Christenen – menen dat vrouwen niet als rechters zouden mogen dienen. Zij zouden namelijk “onstabiel” zijn, of te emotioneel etc... Sinds de revolutie heet de Moslim Broederschap een stap vooruit gedaan en aangekondigd dat ze ook een Koptische Christen of een vrouw als president zouden accepteren.

Dus hoe zijn gender, klasse en feminisme verbonden? Het lijkt me dat de vraag of vrouwen president of rechter kunnen worden van weinig belang is voor de vrouwelijke arbeiders waar je het net over had. Zijn er verschillende agenda's of zijn gemeenschappelijke belangen het belangrijkst – verzet tegen vrouwelijke geslachtsmutilatie (FGM) en seksuele intimidatie, een seculiere constitutie vrij van Islamistische wet.

Ten eerste zijn vrouwenrechten-NGO's over het algemeen middenklasse organisaties, meestal gerund door advocaten die zich bewust zijn van hun rechten en de discrepanties tussen binnenlandse wetgeving en internationale wetgeving. Ze promoten gelijke kansen en gelijk loon voor vrouwen. Want in Egypte verdienen vrouwen over het algemeen minder – of (in bepaalde agrarische gebieden) helemaal niets – zelfs als ze hetzelfde werk doen.

Ik ben het er mee eens dat vrouwen verschillende belangen kunnen hebben door tot welke klasse ze behoren, maar zijn dit geen algemene belangen? Bijvoorbeeld toegang tot de universiteit, strijd tegen seksueel geweld op straat, tegen FGM...

Rond de 60 procent van de Egyptische vrouwen is ongeletterd, zeker in de rurale gebieden. En als je ongeletterd bent, zou je je ook minder bewust kunnen zijn van vrouwenrechtenschendingen zoals Vrouwen Geslachtsmutulatie; of je rechten als een burger of als meisje/vrouw. Dus ik denk dat vrouwen uit de arbeidersklasse een grote achterstand hebben, vooral op het platteland. Omdat ze zich daar vaak onbewust zijn van hun rechten.

Een ander probleem voor alle vrouwen zijn de meer radicale Islamistische groepen. Er wordt gesproken over bedreigingen voor vrouwen – zoals een aantal tijdens de jaren 1990 – waaronder zuuraanvallen tegen vrouwen die hun benen lieten zien of een shirtje aan hadden met korte mouwen. Ook al verklaarde de reactionaire Salafistengroepen dat ze niet zulke dingen predikten. Maar in ieder geval is er weer een opkomst van een mannelijk-georiënteerd en reactionair Islamistisch discours volgens welke de plek van de vrouw thuis is. Tegen zulke tendensen eisen vrouwengroepen een seculiere staat. Natuurlijk zou ik het liefst een seculiere samenleving zien zonder staat.

Islamisme

Denk jij dat de Moslim Broeders een dreiging vormen? Over het algemeen werd gezegd dat ze geen grote rol speelden in de opstand, dat ze onopvallend probeerden te blijven, en het lijkt ook duidelijk dat er een gat zit tussen de jongere Moslim Broeders en de oudere Sharia types.

Allereerst is het belangrijk om te zeggen dat er niet één vorm van een Islamitische beweging is. Je hebt de Moslim Broeders, die de belangrijkste groep zijn. Dan heb je de arbeider georiënteerde groepen, zoals de Islamitische Arbeid Groep, die zich meer richten op een conservatief sociaal welvaart systeem. Dan heb je een groep die Al- Wasat heet, wat midden betekent, en die een meer gemiddeld Islamitische partij is; en zij zijn voor een politiek die te vergelijken is met die van de leidende Gerechtigheid en Ontwikkelings Partij in Turkije. En dan heb je de radicale Salafis, Gamat al-Islamyia en Jihad. Deze laatste drie groepen zijn ultra-reactionair, en hebben een geschiedenis van georganiseerd geweld en terreur.

Voorafgaand aan de revolutie zei de Moslim Broederschap dat zei een revolutie niet steunden als een manier om het systeem te veranderen, wat werd aangegeven in hun programma.

Maar met verloop van de opstand sinds 25 januari lieten ze massaal hun steun blijken, omdat ze gemakkelijk hun aanhangers kunnen oproepen, en omdat ze tegen het regime van Mubarak zijn. Zij waren, samen met andere Islamieten, zeker geen meerderheid bij het protest. Op z’n hoogst waren ze een minderheid van 30 procent op het Tahir plein.

Samen met anderen waren de Moslim Broeder erg actief in het beschermen van het plein. Het moet gezegd worden dat ze vooraan stonden bij meerdere gevallen tijdens de opstand – vooral tijdens de ‘Battle of the Camels’ in Tahir op 2 februari. Een aantal stierven aan hun verwondingen, ze waren ontzettend dapper.

Sinds de troonafstand van Mubarak lijkt het beleid van de Broederschap vooral gericht te zijn op het oprichten van een politieke partij, of meerdere partijen. Onder Mubarak was dit voor hun verboden. Nu werken ze dus aan het oprichten van een partij, of zelfs twee partijen, volgens sommigen.

Er zijn afscheidingen binnen het Moslim Broederschap. Niet alleen tussen de jongeren en de ouderen, maar ook tussen de conservatieven en de ultra-conservatieven, de meer radicale, de meer sociaalgeoriënteerden en de meer zakengeoriënteerden. Een aantal van hen zijn multimiljonair zijnde zakenmannen en doordat zij zoveel geld hebben kunnen ze goede doelen steunen, klinieken, projecten voor het verschaffen van onderdak.. Er was een grote en vernietigende aardbeving in 1992; het Broederschap kon onderdak en verblijfplaatsen geven aan mensen die hun huis hadden verloren – terwijl de regering dit nog niet deed. Naast dit soort bijstandshulp is hun slogan ‘Islam is de oplossing voor alle problemen’ erg krachtig in een conservatieve Islamitische gemeenschap zoals in Egypte.

Als we het hebben over de sociale basis van de Moslim Broeders, zou het dan te simpel zijn om te zeggen dat ze een organisatie zijn tussen rijke zakenmannen, hoogwaardige mobiele professional en de ontzettend arme, terwijl ze minder aantrekkingskracht hebben bij de arbeiders klasse ?

Hun aantrekking tot arbeiders is beperkt. Als ik een conservatieve arbeider ben, dan ben ik het er misschien mee eens dat ‘De islam de oplossing is’, maar wat dan? Geeft mij dat een hoger salaris, beschermt het mijn recht om te staken, geeft het mij een vakbond die mij en mijn vrienden vertegenwoordigt? Dat doet het niet.

Het zelfde kan gezegd worden voor de meeste Islamitische bewegingen, omdat zei geloven in een sociale harmonie en niet in een klassenstrijd. Ze zien klassen als iets natuurlijks, het is gewoon de manier waarop maatschappijen in elkaar zitten. We kunnen slechts het gat tussen de klassen verkleinen door Islamitische liefdadigheid. Ze zullen nooit voorstanders zijn van een revolutionaire verandering.

Dus in de vakbonden zijn de Moslim Broeders niet sterk, maar ze zijn sterk in de professionele vakvereniging. De overheid van Mubarak bedacht zelfs een speciale wet voor verkiezingen binnen professionele vakverenigingen om de greep van de Moslim Broederschap over deze verkiezingen te verzwakken.

Dus denk je dat het mogelijk is dat ze als leidende partij uit de verkiezingen komen of een verbond met het leger te vormen?

Ik denk niet dat het waarschijnlijk is, maar het is mogelijk. We hebben dat in 1979 in Iran gezien, dat was niet een Islamitische revolutie maar deze werd succesvol gekaapt door de Islamieten. De meerderheid in Egypte steunt het Moslim Broederschap nog steeds niet. Ze zijn gewoon een erg goed georganiseerde groep, en ze hebben miljoenen of zelfs biljoenen ponden die ze kunnen investeren in goede doelen en religieuze propaganda.

Arbeiders, vakbonden en revolutie.

Verwacht je dat het aantal stakingen zal toenemen nu het oude, onderdrukkende regime weg is?

Ik verwacht wel een uitbreiding van strijdende arbeiders in de nabije toekomst en hopelijk ook op langer termijn, maar tegelijkertijd moeten we kijken naar de Supreme Military Council, die een contrarevolutie steunt. Zij hebben onlangs een maatregel voorgesteld die stakende arbeiders dreigt met gevangenisstraf en boetes die kunnen oplopen tot een half miljoen Pond. Het leger heeft er belang bij het het oude regime te beschermen.

Tantawi, de leider van de militaire bende, werd in 1991 aangesteld, hij is 20 jaar lang Minister van Defensie geweest onder Mubarak. Dit verklaart waarom burgers (waaronder activisten, demonstranten en stakende arbeiders) worden gearresteerd en berecht volgens het militaire gerechtshof, zonder het recht om in beroep te gaan, en meestal worden gemarteld tijdens dit proces. Terwijl ministers en leden van het oude regime, die biljoenen ponden hebben opgehoopt, worden berecht door de burgerlijke rechter, als ze al worden berecht. Dit terwijl Tantawi en zijn militaire rechtbank Mubarak op vakantie hebben gelaten, en in een luxe ziekenhuis, in Sharm el-Sheikh. Er is nu intensieve propaganda tegen stakingen. Maar van wat ik zie, zeggen de arbeiders tegen de regering en de militaire overheersers dat ze kunnen oprotten. Een populaire slogan is “Berecht de arbeiders niet, berecht Mubarak”.

Mubarak is natuurlijk niet het enige probleem. Er zijn nog steeds duizenden ‘kleine Mubaraks' aan de macht. Studenten protesteren bijvoorbeeld tegen de oude decanen die door de regering waren aangesteld. Het hoofdkantoor van de NDP werd in de fik gestoken, en de corrupte partij viel uit elkaar, maar een aantal partijleiders hebben nog steeds veel invloed. Het zelfde geld voor de Staat Beveiliging. Deze viel uiteen, maar dezelfde mensen – die verantwoordelijk waren voor moord, bespioneren en martelen – vormen nu de Nationale Beveiliging; ze hebben enkel het woord ‘staat’ vervangen door ‘nationaal’.

Wat zijn op dit moment de belangrijkste eisen in werknemersprotesten en -stakingen?

De belangrijkste eisen zijn full-time contracten, een minimumloon van 1200 Pond, het recht om onafhankelijke vakbonden op te richten. Er zijn nu meer dan 22 onafhankelijke vakbonden, waarvan de eerste vier zich hebben gefedereerd om de Egyptische Federatie van Onafhankelijke Handelsvakbonden te vormen, die de gele officiële vakbond uitdaagt.

Al in het verleden waren er gevallen van werknemers die hun fabrieken overnamen nadat de eigenaars –corrupte zakenmannen- het land waren ontvlucht na rechterlijke uitspraken. In 2001 vluchtte de multimiljonair en zakenman Ramy Lakkah uit Egypte en liet zijn fabrieken achter. De werknemers van een van zijn bedrijven – dat lampen produceert, en gelegen in een industriële satellietstad, in de buitenwijken van Caïro – bestuurden de fabriek zelf van 2001 tot 2006. Ze maakten het mogelijk om hun lonen tegemoet te komen en zelfs om de productie te laten toenemen.

Dan hebben we nog een ander geval van 2008 tot 2010, ook in de Tiende van de industriële stad Ramadan, waar de eigenaar, Adel Agha, was veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf, en ook een forse boete; dus ook hij ontvluchtte het land. Zijn bedrijf was kapitaalintensief en werknemers waren niet in staat om het in zijn geheel te bedienen. Maar een dochteronderneming dat bekend staat als De Economische Firma voor Industriële Ontwikkeling- met drie fabrieken – binnen zijn fabriek (genaamd Ahmonseto) was in staat om de productie zelf te beheren. Er zijn andere voorbeelden van zelfbeheer die hebben bestaan als experimenten van korte duur.

Dit zijn dus radicale voorbeelden van werknemers die het initiatief nemen en de productie zelf laten lopen, en ik verwacht dat als de revolutie geradicaliseerd wordt en zakenmannen het land uit vluchten, werknemers hun taak kunnen overnemen en de productiemiddelen kunnen beheren zoals we hebben zien gebeuren in de hiervoor genoemde gevallen.

Wat ook belangrijk is, is dat de nieuwe Egyptische Federatie van Onafhankelijke Vakbonden uitdrukkelijk geen onderscheid maakt tussen witte kragen en blauwe kragen; een werknemer is iemand die geen productiemiddelen bezit en wordt gedwongen om zijn arbeidskracht te verkopen voor een loon of een salaris.

Dus er is nu een nieuw tijdperk voor werknemers in Egypte. Ze zijn zowel blauwe kragen en witte kragen vakbonden aan het mobiliseren – in de publieke, privé- en informele sectoren van de economie. En als deze onafhankelijke vakbonden even corrupt blijken te zijn als de oude, zijn werknemers nu ervaren genoeg om te weten dat ze meer democratische, transparante en radicale vakbonden kunnen vormen. Ze voelen zich bevoegd, het voelt alsof de toekomst van hen is. Ze kunnen vooruitgaan van loonslaven zijn tot producenten die zelf de controle nemen over hun lot.

Maar in dat geval zouden ze geen vakbonden meer nodig hebben, toch? Het lijkt vanzelfsprekend dat werknemers in Egypte nu onafhankelijke vakbonden vormen en het is waarschijnlijk een stap vooruit voor hen. Maar om hun bestaan als loonslaven te boven te komen, om de kapitale betrekking te boven te komen, zouden een einde moeten maken als zichzelf als een klasse, als verkopers van arbeidskracht, en vakbonden zitten juist vast aan die verkoop van arbeidskracht. Het idee van een vrije maatschappij gerund door vakbonden lijkt mij onlogisch, omdat in een vrije maatschappij het loonsysteem afgeschaft zou worden, dus zou er geen ruimte zijn voor vakbonden.

Ik zou het er niet mee eens zijn, omdat zoals we hebben gezien in de Revolutie en Burgeroorlog in Spanje, vakbonden daar, vooral de CNT-FAI, een immense grote rol speelden. Het waren daar geen brood-en-boter vakbonden meer, het ging over het terugwinnen van de fabrieken. Niet als loonslaven, maar als fabrikanten die zelf de productie kunnen bepalen.

Misschien, vele jaren na het succes van internationale socialistische revolutie, zal er geen behoefte meer aan vakbonden zijn – in een hogere staat van communisme waar er geen staat en kapitaal meer is. Alle mensen zouden weten dat sociale solidariteit en wederzijdse hulp natuurlijk zijn, of instinctief. Maar ik geloof dat, om dat stadium te bereiken, revolutionaire vakbonden een onmisbare rol zullen spelen.

Het punt met vakbonden is nogal gecompliceerd. In landen als Duitsland heb je “onafhankelijke” bonden die nog steeds onderdeel zijn van het systeem, en dit ook in stand houden, ze hebben zelfs een belangrijke rol in het garanderen van het gesmeerd functioneren van de productie. De meer verstorende stakingen in de post-oorlogse geschiedenis waren bijvoorbeeld wilde stakingen in de jaren '70, vooral door immigranten-arbeiders. Op het zelfde moment is de situatie op de plekken waar de bonden zwak zijn niet veel beter. Maar als het gaat over revolutie – de zelf-opheffing van het proletariaat wat ook betekend dat er een scheuring komt in het huidige systeem van de verdeling van arbeid – hebben vakbonden geen rol te spelen. Zij zijn een legale entiteit om klassenverhoudingen te reguleren en op die manier gebonden aan het loonsysteem en aan de wet. Er zijn ook teksten uit Spanje die stellen dat er conflicten waren tussen arbeiders en anarcho-syndicalisten omdat de arbeiders niet verder wilde werken.

Ik ben het eens met de Marxistische analyse dat vakbonden een rol spelen in het in stand houden van het kapitalisme door te onderhandelen voor de kruimels die van de tafel van de kapitalisten vallen; door kapitalisme, uitbuiting, meer tolereerbaar te maken voor arbeiders. In de meeste gevallen trekken deze brood-en-boter bonden het systeem niet in twijfel.

Maar als we bijvoorbeeld kijken naar Winsconsin, dan blijkt toch dat de staat nog steeds bang is voor deze brood-en-boter bonden. Het verondersteld dat ze nog steeds te veel macht hebben, dus de staat probeert het recht op collectieve onderhandelingen te verbieden.

An om naar een volledige socialistische of communistische samenleving te gaan, denk ik dat er een aantal stappen te maken zijn. Zij het een sovjet arbeidersraad of een revolutionaire vakbond. Ik begrijp je punt over de verdeling van arbeid, maar vanuit een arbeidersperspectief ben je geen loonslaaf meer. Je bent een medebezitter, mededistributieerder, medebesluitmaker als je samen de fabriek zelf bestuurd. Maar dit gaat niet alleen over het zelf besturen van je fabriek, het gaat om het collectief zelf besturen van je vrije samenleving als geheel.

… maar dat laat dit hele framewerk in tact. Je bent nog steeds een arbeider in een fabriek die je dan wel zelf bezit, maar waar eigenlijk het punt is om totaal te breken met bezig in zijn geheel. Hoe dat gaat gebeuren weet ik niet, maar ik denk dat we genoeg voorbeelden in de geschiedenis hebben gezien met zelfbestuur als een doodlopende weg die niet breekt met de logica van warenproductie, die deze ruilt voor waarde in geld. Zanon in Argentinië is bijvoorbeeld een erg interessante ervaring, maar uiteindelijk moeten zij hun producten ook op de markt verkopen en dat bepaald dan weer de omstandigheden in de fabriek.

Kleine veranderingen maar het systeem blijft in tact? Ja. We zijn het er over eens dat we af willen van loonslavernij en dat de huidige verdeling van arbeid voor eens en voor altijd afgeschaft moet worden. Maar dat gaat een hele boel werk vereisen, het vraagt een massale reconstructie van de samenleving. En dat is waarom ik denk dat bonden z'n belangrijke rol spelen.

In het geval van Egypte hadden we sinds 1957 enkel staatsgecontroleerde bonden. Het land is een stap vooruit gegaan met het instellen van onafhankelijke bonden en federaties. Zelfs als ze (tijdelijk) loonslavernij, kapitalisme en de staat in tact laten. Omdat onafhankelijke bonden het zelfbewustzijn van arbeiders over hun positie in de samenleving vergroot – dat ze niet enkel uit te buiten zijn en gedumpt kunnen worden als het uit komt.

We moeten ergens beginnen in Egypte. Ik denk dat met deze beweging van onafhankelijke bonden een meer radicale vakbondsstrijd kunnen vormen die de fabriekshiërarchie in twijfel trekt, en de hele structuur van de samenleving. Ik denk – en hoop – dat dit leid tot veel sociale onrust die zich tot een sociale revolutie kan ontwikkelen – en dat uiteindelijk de middelen tot productie overgenomen kunnen worden. Een complete reorganisatie van de productie volgens de werkelijke behoeften en aspiraties van een vrije, stateloze en egalitaire samenleving.