Werk: een inleiding

libcom.org's korte inleiding over werk, wat we denken dat er mis mee is, en wat we daar, als arbeiders, aan kunnen doen.

This article in: English | Français

Wat is er mis met werk?

Voor de meeste mensen staat het grootste deel van ons leven in dienst van werk. Zelfs als we niet aan het werk zijn, zijn we onderweg van of naar ons werk, maken we ons druk om werk, zijn we bezig uit te rusten en herstellen van werk om de volgende dag weer te kunnen werken, of proberen we simpelweg even niet aan werk te denken.
Of erger, we hebben geen werk en dan is het onze voornaamste zorg dat we het moeten vinden. Of we zijn een van de mensen - met name vrouwen - wiens huishoudelijke werk en zorgarbeid helemaal niet tot het betaalde werk gerekend wordt.

Voor velen geldt dat we niet echt geven om het werk dat we doen, maar we hebben het geld nodig om te overleven. Aan het eind van de maand is ons banksaldo niet veel anders dan een maand eerder. We spenderen de dag kijkend naar de klok, tellen de minuten af tot we naar huis kunnen, de dagen tot het weekend of de maanden tot de volgende vakantie.

Zelfs als we werk hebben op een gebied dat we oprecht leuk vinden, geldt dat we geen controle hebben over ons werk. Ons werk controleert óns, we ervaren het als een kracht van buitenaf. De meesten van ons hebben geen zeggenschap over hoeveel tijd we werken of wanneer we weg kunnen. Evenmin hebben we iets te zeggen over het ritme of de hoeveelheid werk, welke producten we maken, wat voor diensten we leveren, of hoe we dat precies aanpakken.

Bijvoorbeeld, verplegers hebben er meestal plezier in om te zorgen voor hun patiënten maar raken gefrustreerd door een tekort aan bedden, onvoldoende personeel, onmogelijke dienstenschema's en arbitraire managementdoelstellingen. En ontwerpers vinden het leuk om creatief te zijn, maar ervaren dat hun creativiteit aan banden wordt gelegd: ze krijgen niet de mogelijkheid om innovaties vorm te geven, maar moeten bestaande producten namaken waarvan hun bazen al weten dat ze zullen verkopen.

Paradoxaal genoeg is het zo dat terwijl miljoenen mensen overwerkt zijn en nauwelijks in staat om de lading werk en hun uren door te komen, er miljoenen anderen zonder baan zitten en wanhopig op zoek zijn naar werk.
Mondiaal komen er elk jaar miljoenen mensen als gevolg van hun werk om het leven, terwijl nog eens miljoenen er ziek van worden en honderden miljoenen letsel oplopen.

Er komt nog bij dat veel werk, dat soms moeilijk, saai of gevaarlijk is voor degenen die het doen en verwoestend voor de leefomgeving, soms niet eens sociaal nuttig is. Zoals in de industrie, waar ingebouwde veroudering zorgt dat producten stuk gaan en mensen vervangende spullen moeten kopen, of hele industrieën als verkoop en reclame zuiver bestaan om mensen meer spullen te laten kopen, zodat ze meer moeten werken om ze te kunnen aanschaffen.

Heel veel ander nuttig werk wordt verspild met het in leven houden van sociaal nutteloze industrieën, zoals stroomopwekking om telefooncentrales voor telemarketing draaiend te houden, de productie van cosmetische en medische kwakzalversproducten, of de wapenindustrie wiens enige voortbrengsel de dood is.

Terwijl automatisering, mechanisering en productiviteit blijven toenemen, worden werkuren en werkjaren niet korter. In de meeste landen zijn die juist bezig te stijgen, door de verhoging van de pensioenleeftijd en de verlenging van de werkweek.

Waarom is werk zo?

Als werk door zoveel problemen gekenmerkt wordt, hoe komt dat?
De reden is vrij eenvoudig: we leven in een kapitalistische economie. Het is dit systeem dat bepaalt hoe werk georganiseerd is.

Zoals we geschetst hebben in onze inleiding over kapitalisme, is accumulatie de voornaamste essentie van de kapitalistische economie.
Geld - kapitaal - wordt geïnvesteerd om te veranderen in meer geld. En het is ons werk dat er voor zorgt dat dit gebeurt. Ons werk is de basis van de economie.

Dit is het geval, omdat ons werk waarde toevoegt aan het aanvankelijke kapitaal, en de waarde die we toevoegen groter is dan de waarde van onze lonen. Deze meerwaarde resulteert in de groei van het aanvankelijke kapitaal, en die levert vervolgens de winst en de groei.
Hoe lager onze lonen, hoe harder we werken en hoe langer de werkdag, des te groter wordt de meerwaarde. Dat is de reden dat werkgevers in de privésector, in de publieke sector en zelfs in coöperatieven keer op keer proberen om ons langer en harder te laten werken voor minder geld.

Op dezelfde manier worden onze banen suf en monotoon gemaakt, zodat ongeschoolde arbeiders hetzelfde kunnen doen voor minder geld. De producten of diensten die we leveren zijn vaak ook onder de maat om de kosten laag te houden.

Massawerkloosheid heeft als functie dat het de lonen van overwerkte werknemers laag houdt, omdat vooral arbeiders die niet bang zijn om vervangen te worden, betere lonen en omstandigheden en kortere werktijden durven te eisen. (Dit is ook een reden dat overheden niet zomaar werkloosheid de wereld uit helpen door de werkweek in te korten.)
Bedrijven die de meeste meerwaarde onttrekken - en dus het meeste winst maken en het hardst groeien - zijn de succesvolle bedrijven. Bedrijven die dit niet doen, gaan failliet.

Dus als een bedrijf of industrie winstgevend is, groeit het. Dit gebeurt ongeacht of het bedrijf zelf sociaal nodig is, of het de leefomgeving verwoest of zijn arbeiders doodt.
De groei is ook afhankelijk van onbetaald werk, zoals huishoudelijk werk. Het omvat de reproductie van arbeiders in de vorm van het voortbrengen en opvoeden van kinderen - de volgende generatie arbeiders - en dienstverlening aan de huidige arbeidskrachten: fysiek, emotionele en seksuele zin. Dit onbetaalde werk wordt merendeels uitgevoerd door vrouwen.

Wat is er aan te doen?

Hoewel het algemene karakter van werk bepaald wordt door het economische systeem waaronder we leven, zijn er wel dingen die we kunnen doen - en al doen - als arbeiders in het hier en nu, om onze situatie te verbeteren.
Als ons werk de basis is van de economie, en de basis van groei en winst, dan hebben we uiteindelijk de macht om het proces te verstoren, om nog maar niet te spreken over het overnemen ervan voor onze eigen doelen.

We verzetten ons dagelijks tegen de oplegging van werk. Vaak doen we dat op kleine manieren, individueel en onzichtbaar. We komen soms te laat, gaan vroeger weg, of stelen momenten om even te praten met collega's en vrienden, we nemen de tijd, of melden ons een keer ziek.

En soms verzetten we ons op grotere, collectieve en confronterender manieren.
Door directe actie zoals werkonderbrekingen - stakingen - leggen we het netwerk van productie stil en voorkomen we dat er winst gemaakt kan worden. Op die manier kunnen we werkomstandigheden verdedigen, of bij onze bazen verbeteringen afdwingen.

De werkende klasse kan samen, met inbegrip van werklozen en onbetaalde groepen, vechten voor verbeteringen in andere omstandigheden, zoals uitkeringen, te hoge prijzen of regressieve belastingen.
Tijdens de 19e eeuw was een werkdag in de Westerse landen gemiddeld 12-14 uur lang, de werkweek zes of zeven dagen lang, onder ellendige omstandigheden, zonder vakanties of pensioen.

Ondanks massale repressie van de kant van werkgevers en regeringen, organiseerden arbeiders zich en vochten ze decennialang, door middel van stakingen, bezettingen, vertragingstactieken en zelfs gewapende opstanden en revolutiepogingen. En uiteindelijk wonnen ze daarmee de sterk verbeterde omstandigheden die we vandaag als normaal beschouwen: het weekend, de betaalde vakantie, kortere werktijden.
Natuurlijk ervaren arbeiders buiten het westen nog steeds dezelfde Victoriaanse omstandigheden, en vechten ze daar vandaag nog steeds tegen.
Als we ons organiseren om onze behoeften tegen de economie in te berde te brengen, kunnen we onze omstandigheden verder verbeteren. En als we dat niet doen, worden ze geleidelijk weer teruggedraaid naar het niveau van de 19e eeuw.

Conclusie

Door gezamenlijke zelforganisatie zorgen we niet alleen voor verbeteringen in ons leven in het hier en nu, maar leggen we ook de basis voor een nieuw type maatschappij.
Een maatschappij waar we niet alleen werken voor een winst waarvan we zelf niet profiteren, of om de economie 'gezond' te houden, maar om in menselijke behoeftes te voorzien. Een maatschappij waar we ons collectief organiseren om de noodzakelijke goederen en diensten te produceren - zoals arbeiders kortstondig deden in Rusland in 1917, Italië in 1920, Spanje 1936 en elders. Waar we een einde maken aan onnodig werk en alle taken die wel nodig zijn zo makkelijk, plezierig en interessant maken als mogelijk. Een libertair-communistische maatschappij.

Meer informatie (in het Engels)