In dit artikel brengt de schrijfster een aantal centrale vraagstellingen, opgeroepen door het proces Pelicot, samen en plaatst die in het kader van de kritische theorie van de waardeafsplitsing (cfr. Roswitha Scholz). Deze theorie beschouwt het patriarchaat als een sociale structuur, die alle mannen en vrouwen (be)treft, en onlosmakelijk verbonden is met het kapitalisme als waardevormend systeem.
« Op geen enkel moment in de analytische arbeid lijdt men sterker onder het deprimerende gevoel dat men steeds vergeefs zijn best doet, onder het vermoeden dat men ‘voor de vissen predikt’, dan als men een vrouw ertoe wil bewegen haar peniswens op te geven omdat die onhaalbaar is, een man ervan wil overtuigen dat een passieve houding jegens mannen niet altijd de betekenis van een castratie heeft en in veel levensbetrekkingen noodzakelijk is. De koppige overcompensatie van de man leidt tot een der sterkste overdrachtsweerstanden. (…) Maar hieruit leert men ook dat het er niet toe doet in welke vorm de weerstand optreedt, als overdracht of niet. Beslissend blijft dat de weerstand geen verandering toelaat, dat alles blijft zoals het is. Vaak krijgt men de indruk dat men met de peniswens en het mannelijk protest door alle psychologische lagen heen is doorgedrongen tot het vaste gesteente’ en zo aan het slot van zijn werkzaamheid is gekomen. (...) De afwijzing van de vrouwelijkheid kan immers niets anders dan een biologisch feit zijn, een deel van het grote raadsel van de seksualiteit. »
Sigmund Freud, « De eindige en de oneindige analyse », in Werken 10 (1930–1938), Boom, Amsterdam, 2006 [1937], p. 304-305.
« De basiscontradictie van de waardesocialisering tussen substantie (inhoud, aard) en vorm (abstracte waarde) is geslachtsspecifiek. Alles wat in de abstracte waardevorm niet opgaat, maar toch een voorwaarde blijft voor sociale reproductie, heel die zinnelijke inhoud, wordt gedelegeerd aan vrouwen (sensualiteit, emotionaliteit, enz.). (…) Niettemin kan de geslachtsspecifieke splitsing niet rechtstreeks worden afgeleid uit de waardevorm zelf. In plaats daarvan is ze in zekere zin de schaduw die de waarde werpt, maar die niet kan worden begrepen door het "positieve" marxistische conceptuele instrumentarium. De afsplitsing van het zogenaamde vrouwelijke, de vrouwelijke context en de aan de vrouwen toegeschreven activiteitssferen (huishouding, opvoeding van de kinderen, “relatiewerk” enzovoort) zijn zo enerzijds bestanddelen van de waardesocialisering, anderzijds bevinden ze zich daarbuiten. (…) Maar, en dit moet expliciet worden benadrukt, mijn doel is om een culturele structuur te onderzoeken. De focus ligt dus minder op empirische mannen en vrouwen, hoewel de empirische relaties tussen mannen en vrouwen natuurlijk worden bepaald door deze structuur zonder er volledig in op te gaan.»
Roswitha Scholz, “Der Wert ist der Mann. Thesen zu Wertvergesellschaftung und Geschlechterverhältniss”, Krisis, 12, Erlangen, 1992. Nederlandse vertaling: https://libcom.org/article/de-waarde-de-man-theses-over-waardesocialisering-en-geslachtsverhouding
Over welk patriarchaat hebben we het ?
Rond het sterk gemediatiseerde proces van Mazan, heeft men het over het “proces van Monsieur Tout-le-monde” en over “het proces van het patriarchaat”. Wel, wie is dan die “meneer Iedereen”? Zeker, dat onwaarschijnlijke aantal van 51 beschuldigde mannen – in werkelijkheid veel meer want een deel van hen werd niet geïdentificeerd – doet duizelen. Het lijkt op het eerste gezicht de verdeling van de wereld te bevestigen in het vrouwelijke slachtoffer en een cultuur van anonieme, seriële en banale mannelijke verkrachting.
Maar kunnen we het patriarchaat reduceren tot deze twee biologische helften waarin we denken dat we twee complementaire categorieën zien, waarvan er één de andere domineert, zodat wanneer we een vrouw zien het altijd een potentieel slachtoffer zou zijn en een man altijd een potentiële verkrachter, altijd een dominant iemand, of op zijn minst sluimerend dominant, en noodzakelijkerwijs een houder van mannelijk voorrecht? Is deze dubbele biologische assignatie niet precies het vijgenblad van het patriarchaat?
De discussie of het patriarchaat wordt gerepresenteerd door “al de mannen”, all men of not all men, kan ons op een dood spoor brengen. De constructie van het monster verduistert ook de structuur die het heeft toegelaten. Gisèle Pelicot, wiens waardigheid door de pers onophoudelijk wordt geprezen, verdient dat haar zaak ons verlicht over iets waarvan de huidige beschaving niets wil weten. Haar kalmte, die respect afdwingt, is duidelijk niet die van iemand die wraak wil nemen op de “mannen”, maar van iemand die wil begrijpen. Wat begrijpen?
Deze affaire materialiseert een obsessief tafereel, dat van een vrouwelijk lichaam dat verdoofd, ontwapend, loutere vergaarbak van geweld en mannelijke medeplichtigheid is. Een staat van passiviteit die een seksualiteit opwekt die tijdelijk haar 'actieve rol' terug verovert door de transformatie van het vrouwelijk lichaam in een dood oppervlak dat geen enkel verzet pleegt. En compulsief in deze staat wordt gefilmd. De camera voegt hier aan de daad een extra laag van passivering en objectivering toe. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het bekijken van de video's een debat in de rechtbank van Avignon kristalliseerde: in hoeverre "stemmen” we ermee in betrokken te raken bij de perverse structuur die op deze plek ontbloot wordt en die de toeschouwer misschien niet alleen interpelleert vanwege het intrinsieke geweld ervan, maar ook door wat ze over ons allemaal zegt?
De perversie vormt een triangulaire formatie. De perverse driehoek wordt hier gevormd door de heerser van de avond die aan een medeplichtig mannelijk genot een vrouwelijk lichaam op de rand van de coma “aanbiedt” als een koopwaar. Deze driehoek onthult de afgrond van de “mannelijke macht” die door de crisis ontmand is, verwikkeld in een vorm van totale oorlog tegen wat hem geweigerd wordt, wat hem weerstaat, zijn andere. De beschuldigden zijn de bijna perfecte steekproef van een samenleving waarvan al de imaginaire en reële fundamenten van het patriarchaat precair worden. Dominique Pelicot, van zijn kant, zal zich uiteindelijk uitspreken over zijn fantasme om “een niet-onderdanige vrouw te onderwerpen”. Men kan gerust stellen dat hoe meer gelijke rechten de vrouwen, ogenschijnlijk, veroveren, hoe barbaarser de mannelijke reactie is.
Want als we gelijkheid begrijpen als de statistische pariteit tussen mannen en vrouwen, dan kan die zeker worden geïmplementeerd en zelfs nog worden verbeterd. Maar als we met gelijkheid respect bedoelen voor alles wat niet economisch valoriseerbaar is, maar onmisbaar voor de reproductie van de samenleving en vertegenwoordigd door het “vrouwelijke”, dan is deze gelijkheid structureel onmogelijk in de huidige stand van zaken. Het discours over gendergelijkheid veroordeelt zichzelf aldus tot het beoefenen van een schijngelijkheid tussen mannen en vrouwen, niet zonder tegelijkertijd de mannelijke overheersing op te sluiten in een even oppervlakkige rol waarvan de sociale basis afbrokkelt. Deze situatie biedt de voedingsbodem voor een gevaarlijk masculinistisch opbod. Als Freud het “viriele protest” uitsluitend toeschreef aan de relatie van de man met een andere man, dan sprak hij vanuit het perspectief van een tijdperk waarin de vrouw nog grotendeels werd toegewezen aan de huiselijke sfeer. De man kon daarom zonder risico in zijn contacten, in intersubjectieve relaties een, wat Freud noemde, “masochistisch gedrag” aannemen. Maar zijn empirische waarnemingen waren afhankelijk van zijn eigen historische vooroordelen. Sindsdien zijn de zaken veranderd; vrouwen zijn in toenemende mate de rivalen van mannen in de arena van de patriarchale concurrentie, terwijl de sociologische basis van het patriarchaat blijft verzwakken. Daarom zijn vrouwen een van de mogelijke objecten van het “viriele protest” geworden.
De affaire Mazan werpt ook een licht op de afgronden van de seksuele miserie die de overal geaffirmeerde bevrijding verbergt. Het spektakel van het genieten zonder limieten (la jouissance sans entraves) verbergt zijn onderlaag van verliezers van diep gefrustreerde en eenzame individuen op de seksmarkt (de incels zijn slechts de top van de ijsberg), gelegenheidsverkrachters die klaar staan om de eerste kans te grijpen die zich voordoet, op voorwaarde dat de orkestratie door een derde partij alle verantwoordelijkheid voor hun daad wegneemt. De elektronische interface vormt de eerste stap, de manipulaties van een Pelicot de tweede. Gisèle Pelicot zou zelfs zonder haar medeweten homoseksuele bezoekers hebben ontvangen. Zij zou “aangeboden” zijn in ruil voor enige uren van werk in de tuin aan een man die uiteindelijk weigerde erheen te gaan. Ironie van de kapitalistische handel in romantische liefde, zal ze op Valentijnsdag gedrogeerd worden met degene die Pelicot zijn “beste handlanger” noemt. Het slaapmiddelrecept circuleert onder bepaalde mannen zoals een kookrecept. Er zijn geen limieten, zo lijkt het, aan de configuraties van het perverse contract dat aangegaan werd ten koste van Gisèle Pelicot en andere potentiële slachtoffers.
Ze is ook een moeder en een grootmoeder wiens agressors gemiddeld 25 jaar jonger zijn dan zij (dit cijfer is gemakkelijk te berekenen). Men zou deze mannen, van wie er één zich voorstelde zijn eigen moeder in slaap te doen en te verkrachten, willen vragen: wat heeft hun moeder hen dan aangedaan? De vraag werd tijdens het proces meerdere malen gesteld. Maar de verwijzing naar het pornofantasme van de MILF ("Mother I’d Like to Fuck") personaliseert en privatiseert opnieuw de patriarchale structuur alsof het, inderdaad, niet meer dan een kwestie van individuele fixatie is. Nochtans, van de scheldwoorden gericht tegen de moeder van de tegenstander (goed gedocumenteerd sinds het tijdperk van Perikles) tot de moderne verbale steekspelen tussen adolescenten, is de moeder altijd tegelijkertijd heilig en veracht in de masculiene verbeelding. Freud had deze bekende kloof tussen “de mama en de hoer” in het mannelijke seksuele leven al opgemerkt. Hij bereikt het paroxisme in het kapitalisme. Daarom gaat de goede familievader zo goed samen met de abjecte perverseling. Dominique Pelicot is er net in geslaagd om die twee figuren samen te brengen tot één 'super-mec' (zo noemde ze hem) die in een pooier en een dwangmatige verkrachter veranderde om zonder haar medeweten zijn “heilige echtgenote” (zo noemde hij haar) om te zetten in een gratis hoer.
Ten slotte kunnen de verschillende getuigenissen tijdens het proces van Mazan een andere vraagstelling openen: wat betekent voor al deze verdachten de mannelijkheid die ze tijdens hun leven zijn tegenkomen? Vanuit dit oogpunt opent het aantal van hen, inbegrepen de hoofdverdachten, die beweren seksueel geweld te hebben ondergaan in hun jeugd - of de feiten nu bewezen zijn of niet - een duizelingwekkende spiraal van mannelijk geweld die niet alleen gericht is tegen de sociologische groep van "vrouwen". Als Freud de psychoanalyse heeft uitgevonden door de verhalen van infantiele verleiding van hysterische vrouwen te verzamelen, reëel of gefantaseerd, is het tijd om mannen op te nemen als evengoed collaterale slachtoffers van hetzelfde patriarchaat.
De universele verontwaardiging tegenover verkrachters en degenen die aanvaarden hun zaak te verdedigen - die zich tijdens het proces in Avignon zelfs moeten beschermen tegen de volkswoede - maskeert dus de onmacht om de daar ontdekte structuur te wijzigen, die iedereen diep in zichzelf aanvoelt. Misschien volgt er uit dit proces een preciezere juridische definitie van verkrachting en van consent, maar tot de omverwerping van het patriarchaat zal het niet leiden.
Al deze mannen die “de daden maar niet de intentie” erkennen, lijken een (Franse) maas in de wet te misbruiken, waardoor er alleen verkrachting is als er de intentie is om te verkrachten. Hoewel deze verdediging hoongelach oproept, kan ze ook op haar woord worden genomen vanuit het oogpunt van een kritische theorie van de samenleving die, net als de psychoanalyse, niet geïnteresseerd is in de intenties van mensen, maar precies in wat hun daden zeggen. Voor de psychoanalyse kan er verkrachting zijn met of zonder intentie en met of zonder instemming. Intentie en consent zijn inherent dubbelzinnig. We begrijpen goed dat de wet behoefte heeft aan duidelijke definities. Maar altijd een kind van zijn tijd zijnde en nooit in staat die te overstijgen, versterkt hij de collectieve blinde vlekken, zelfs als hij zichzelf voorstelt als een maatschappelijke vooruitgang.
Instemmen met verkrachting ?
Het is niemand ontgaan dat in dit proces opnieuw het schema opdook dat we al lang als achterhaald beschouwden, met name van een consent verkregen door bemiddeling van de pater familias : “De toestemming heb ik gekregen van haar echtgenoot.” De rest van de verdediging heeft er vooral toe bijgedragen aan Gisèle Pelicot een vermoeden van medewerking toe te schrijven.
Het is echter ongehoord dat de kwestie van de instemming waarop tijdens het hele proces werd gehamerd, lijkt samen te vatten wat de samenleving te zeggen heeft om dergelijke daden te beoordelen. Wat betekent het schandaal van het ontbreken van consent ? Indien mevrouw Pelicot haar man formeel zou hebben gemachtigd om mannen uit te nodigen om seksuele handelingen te plegen op haar inerte lichaam, zou dit alles dan niets meer te maken hebben met een geval van verkrachting? Het zou dan een banaal SM-scenario zijn dat tussen instemmende partijen werd afgesproken? Dat is wat de nadruk op het gebrek aan instemming als grond van beschuldiging lijkt te zeggen. Als de voorzitter Roger Arata vraagt: “Was volgens u Gisèle Pelicot in staat haar toestemming te geven?”, kunnen we in de plaats daarvan vragen: “En als nu Gisèle Pelicot haar toestemming had gegeven om gedrogeerd en verkracht te worden, zou ze dan nog steeds kunnen instemmen met seksuele handelingen als ze eenmaal met haar toestemming gedrogeerd was?" Waar begint en waar eindigt de “vrije en verlichte” instemming?
Achter het thema van toestemming ontdekken we dat het patriarchaat niet (alleen) een intersubjectieve relatie is tussen een slachtoffer en een dader van seksuele misdaad: het is een structuur die alle subjectieve posities omvat, waaraan het consent een vernis van emancipatie zou geven dat iedereen zou kunnen kalmeren. In zijn perverse versie beoogt, provoceert, hekelt of cultiveert deze structuur de onbeschaamde of beschaamde goedkeuring van het subject. Ze kan zich tevreden stellen met een instemming door nalatigheid. Ik denk terug aan die jonge vrouw die drugs gebruikte en een seksueel leven leidde dat ze zelf als vrij beschouwde, die vertelde dat ze, slapend op een festival onder invloed van een substantie, werd gewekt door een vreemde die haar aan het neuken was en dat ze gewoon geduldig wachtte: “Ik dacht, het zal wel gauw voorbij zijn!“, legde ze me uit zonder over verkrachting te praten. Ze verklaarde me ook - in tegenstelling tot de feministische slogan “mijn lichaam is van mij!”- dat haar lichaam niet belangrijk was voor haar, dat ze het kon geven zonder dat de vraag naar haar verlangens zich stelde. Men zou kunnen zeggen dat ze “toestemde” met deze verkrachting door de houding die ze innam tegenover haar eigen lichaam, wat niet belet dat het een verkrachting was. Dit geval is verre van zeldzaam. Het is klinisch uitgebreid bevestigd dat personen zich in troebele situaties kunnen bevinden waarvan ze achteraf ontdekken dat ze die niet wilden, terwijl ze zichzelf toch in een staat hadden gebracht waarin het consent alles behalve “vrij en verlicht” was.
De chemische kwetsbaarheid — in de schaduw van het thema van de chemische onderwerping dat steeds meer in het voetlicht treedt – raakt inderdaad de duistere kern van de cultus van de seksuele prestatiedwang en optimalisatie: want uiteindelijk raakt ze ook steeds een zone die er schuil gaat. Is een consent bereikt in een staat van waakzaamheid nog steeds geldig in een staat van niet-waakzaamheid? Kan men met iets instemmen of iets weigeren wanneer men onder de invloed is van een substantie? Of moeten we alle seksuele relaties in die omstandigheden verbieden? Moeten we de chemsex, die geconsumeerd worden om de de seksuele ontremming te provoceren en dus chemisch de voorwaarden van het “consent” wijzigen, strafbaar stellen? Verandert een eenvoudig glas alcohol het oordeelsvermogen al niet? Welk niveau van repressie willen we dan aanvaarden, als deze banale praktijken zouden worden verboden!
Wat veeleer naar boven moet worden gebracht, is dat de hedendaagse seksualiteit zich onderscheidt door een kern van “repressieve desublimatie” (Herbert Marcuse), waardoor het lichaam tot het uiterste wordt gedwongen om een ervaring te bereiken waarin ja en nee uiteindelijk verward worden. Dit niet zeggen, is ook zich medeplichtig maken aan de verkrachtingscultuur. Deze cultuur haalt haar kracht uit een sociale dwang om alle grenzen te overschrijden, en dit is constitutief voor de moderne subjectiviteit.
Het is over deze realiteit dat het proces van Mazan weigert de sluier op te lichten door zo hard, zo koppig aan te dringen op een “instemming” van Gisèle Pelicot die niet zou zijn gevraagd, alsof het er alleen om ging dat indien ze haar toestemming zou hebben gegeven we gespaard zouden worden van een zo penibele invraagstelling. In de subtekst vragen we niets anders van de vrouw Pelicot dan haar perverse deelname aan een “libertijns spel”, zodat deze affaire ophoudt er één te zijn ... Daarom kon ze, ondanks haar lange medische beproeving, worden verdacht gemaakt door de verdediging en door degenen die vinden dat deze geschiedenis te onwaarschijnlijk is om waar te zijn.
Het moderne patriarchaat vraagt, uit hoofde van de seksuele bevrijding, instemmende deelnemers aan het perverse scenario. Maar deze “bevrijding” is niet het vreugdevolle huis van plezier waar je van zou kunnen dromen in een speelse en onschuldige wereld; het is ook de promotie van een Sadeaanse wereld waar geweld gerechtvaardigd is als vermeende uitdrukking van de aard van onze impulsen. Het verkrijgen van instemming presenteert zich dan als de laatste beschaafde barrière voor de gruwel. Mits er toestemming is, is alles toegestaan. Wat de verdediging en de beschuldiging van de verkrachtingen van Mazan verenigt, is de verwijzing - positief of negatief - naar een consent die niet de vraag oproept naar de aard van het perverse scenario en het succes dat het bij tientallen mannen had. De pornografie, de reclame, de sociale netwerken, de onophoudelijke mobilisatie van subjectiviteiten en de normale werking van het kapitalisme overschrijden voortdurend de grenzen waarvan de individuele instemming de maat zou moeten zijn. Stimulatie en het voortdurende opbod zijn op alle gebieden alomtegenwoordig.
De structuur van de inschrijving in het perverse scenario moet dus een adequate interpretatie krijgen gelieerd met zijn historische context. Het gaat niet alleen om individuele impulsen die niet onder controle gehouden zijn, omdat de menselijke natuur of de mannelijke seksualiteit onmiskenbaar onverbeterlijk zouden zijn. We hebben te maken met de consequenties van een continue sociale aansporing om ze te "bevrijden".
Alle leden van de kapitalistische samenleving zijn ingelijfd voor één en hetzelfde doel op zich: deelnemen aan de collectieve inspanning om de kapitaalaccumulatie te voeden. Deze imperatief alleen al rechtvaardigt de opheffing van alle oude sociale, morele, religieuze en symbolische barrières om deze vervolgens opnieuw uit te vinden in de vorm van een subjectivistische casuïstiek waarin Foucault het nieuwe “seksuele dispositief”' heeft gedetecteerd. De obsessie om de intentie en de instemming te situeren komt voort uit de productivistische en consumentistische noodzaak om alle grenzen te overschrijden. Van de wapenwedloop tot het verslinden van de wereld, deze imperatief omvat het veld van alle activiteiten die direct of indirect deelnemen aan het creëren en realiseren van waarde. De intentie en de instemming worden dan de laatste normatieve toevluchtsoorden van een samenleving die alle oude taboes doorbreekt. Hoe meer de sociale imperatief van de transgressie wordt doorgevoerd, hoe meer het individu gesommeerd wordt om de limiet in zijn intimiteit te vinden. Een limiet die niet anders dan labiel en paradoxaal kan zijn, aangezien deze intimiteit precies wordt gevormd door de imperatief om te overtreden.
De logica van de waardeafsplitsing
Volgens het door Roswitha Scholz ontwikkelde theorema van de waardeafsplitsing is de “vrouwelijke sfeer” het afgesplitste deel van de kapitalistische reproductie dat nodig is voor het kapitaal, maar dat geen economische waarde heeft. Wat is de economische waarde van de zorg, de beschikbaarheid, de tederheid, het moederschap ? Deze veronderstelde vrouwelijke disposities produceren hoogstens kleine zelfbewuste mannen; om maar te zeggen dat “de vrouwen” niet zo onschuldig zijn aan het patriarchaat. Maar economisch produceert dit alles geen waarde. En dit ondanks het feit dat deze bijdrage onontbeerlijk is voor het behoud van het systeem.
Elk geslacht krijgt in deze context een bepaalde definitie van zijn sociale wezen en de toewijzing aan de gerelateerde rollen en attitudes. Alles gaat goed zolang men ermee "instemt". We stemmen niet meer in? Dat is ook voorzien. De rollen kunnen worden omgewisseld, mits de structuur blijft bestaan. Dat is waarom de seksuele dichotomie niet afgeschaft wordt door, bijvoorbeeld, een fluïde geslacht, een translichaam of een taalpolitie te promoten. De patriarchale structuur tolereert deze evoluties. De genderpolitiekers en hun militanten moeten het goed aanvoelen, vastgelopen als ze zijn in een machteloos opbod.
Wanneer de zogenaamde vrouwelijke activiteiten worden geprofessionaliseerd omdat het vrouwelijke geslacht niet langer “instemt” met haar vroegere rol, blijven deze activiteiten - nog steeds even noodzakelijk - onderbetaald en ondergewaardeerd, zij vertegenwoordigen zelfs een ondraaglijke kost voor de gemeenschap - de eerste die worden afgestoten in een crisissituatie. Men moet maar de huidige staat van de hospitalen, scholen en culturele instellingen bekijken: overblijfselen van de verzorgingsstaat die blijft inkrimpen. Het kapitalistische patriarchaat is zowel de vanzelfsprekendheid van de “vrouwelijke” beschikbaarheid als de minachting die aan die vanzelfsprekendheid is verbonden, omdat activiteiten die het kapitaal niet vermenigvuldigen waardeloos zijn voor het kapitaal. Integendeel, zij gaan in de sociale staat de massa van waarde nog accentueren die gegenereerd wordt door de productieve arbeid, die niet ophoudt af te nemen tijdens de structurele crisis van het kapitalisme.
In de moderne patriarchale samenleving heeft het mannelijke geslacht de rol van gezinshoofd op zich genomen, van houder van economische en politieke macht, verdediger van het vaderland, schepper van waarde. De historische evolutie toont echter aan dat deze rollen door een vrouw kunnen worden ingenomen zonder de onderliggende structuur te veranderen. Het vrouwelijke geslacht werd van oudsher negatief toegewezen aan de huiselijke sfeer, die van de zorg, het moederschap, de beschikbaarheid, de reproductie. Het laatkapitalisme laat zien dat deze rollen behoorlijk door een man kunnen worden vervuld zonder hun structuur te veranderen. Dergelijke 'huismannen' zullen op hun beurt lijden onder de geamuseerde minachting voor en invisibilisering van mensen en activiteiten die niet productief zijn op de kapitalistische markt. Als we mannen een papfles en vrouwen een pistool geven, verandert dat niets aan de seksuele dissociatie. Ze verandert gewoon van pool.
Het warenproducerende patriarchaat vormt aldus alle mensen en alle activiteiten:
1/ De vrouwen die zich identificeren met het “vrouwelijke” zijn vaak de eerste slachtoffers van seksueel en seksistisch geweld, maar niet de enige. Alles wat ons doet denken aan de patriarchale definitie van het vrouwelijke, namelijk kwetsbaarheid, zwakte en passiviteit, is er ook slachtoffer van: zoals de zieken, de ouderen, de gemarginaliseerden, de werklozen, de onproductieven. Slachtoffers kunnen ook secundaire voordelen uit hun positie halen. Het is niet altijd onaangenaam om voor eigen rekening opnieuw de bezoedelde rol van de femme fatale, de muze, de onvoorwaardelijke assistente of de dappere moeder te spelen. Of ze nu aanbeden of veracht worden, deze vrouwen worden gedwongen om in een categorisatierooster te stappen van waaruit hun positie noodzakelijkerwijs ten dienste staat van het mannelijke.
2/ De vrouwen die zich niet identificeren met het “vrouwelijke” kunnen nu volop de mannelijke arena betreden. Het waren de “garçonnes” van de jaren 1920 die bevorderd waren door de rol die ze hadden gespeeld toen de mannen aan het front vochten, het zijn vandaag de ondernemende, de vechtende, de onafhankelijke, de “fallische” vrouwen, de “ijzeren dames” van alle soorten. Ze moeten in alle dingen bijkomende bewijzen en inspanningen leveren om dezelfde positie als een man te verwerven. En nog zullen ze worden bekeken als vrouwen die het er goed vanaf brengen. Het ene na het andere artikel om de Ursula von der Leyens en de Christine Lagardes te prijzen als “sterke vrouwen”. Aan de top van de macht weten ze inderdaad hoe ze de reserves van viriele kwaliteiten moeten inzetten. Maar van een mannelijke politieker wordt nooit gezegd dat hij een “sterke man” is, want zo'n bijnaam zou overbodig zijn, behalve als het is om hem belachelijk te maken. Iets stoot de hele moderne psyche af om vrouwen serieus te nemen. Zelfs het geweld door vrouwen wordt genegeerd, alsof vrouwen ontologisch enkel slachtoffer kunnen zijn.
3/ De mannen die geïdentificeerd worden met het patriarchaat zijn degenen waardoor de meerderheid van het seksuele en seksistische geweld wordt gepleegd, maar men vergeet dat het patriarchaat hen van ‘s ochtends tot ‘s avonds dwingt in de pas te lopen: geen verzwakking, geen emotie, geen twijfel, geen fout wordt toegestaan. Het zijn zij die men met honderdduizenden naar de slagvelden stuurt om te doden en gedood te worden voor het vaderland. Het zijn de mannen die met mannelijkheid zijn geïdentificeerd, door een constante vertoning van masculien geweld en concurrentie op straffe van het verlies van hun masculiene rang, die sociaal omlaag vallen tot een statuut dat zelfs nog onder dat van de vrouw ligt. Ze hebben niet het recht om te deserteren, zoals we vandaag zien in Oekraïne, Rusland, het Midden-Oosten. Als daders en slachtoffers van al deze gewelddadigheden, zijn zij ook degenen die alles te verliezen hebben.
4/ De mannen die zich niet identificeren met het patriarchaat, met het genre waarin ze worden opgesloten door de patriarchale organisatie van de wereld, zij zijn zeker de grote afvalligen. Gender-overlopers, mannen die huilen, huisvaders, deserteurs, mislukt, zwak, verlegen, onderdanig, hulpeloos, blut, homoseksueel: ook zij zijn slachtoffers van het patriarchaat. Ze ondergaan voortdurend de structuur van discriminatie op dezelfde manier als de vrouw. Maar terwijl het vrouwelijke in ieder geval het voordeel heeft binnen de norm te vallen, genieten zij, mannen, van geen enkele inschikkelijkheid.
Het viriele protest
Dit systeem laat dus niemand uit zijn netten ontsnappen; het haalt alle geslachten binnen, alle psychische posities en alle sociale rollen. Men kan verklaren dat er vijf geslachten zijn of dat er achtenzestig genders zijn om aan een verguisd binarisme te ontsnappen, maar dat verandert er niets aan. De psychische structuur is verdeeld in een passieve positie en een actieve positie die beide geslachten treft, zoals Freud had ontdekt, voor wie er geen vrouwelijk en mannelijk in het onbewuste was, maar een continuüm van posities variërend van passief (vrouwelijk geconnoteerd) tot actief (mannelijk geconnoteerd). Het patriarchaat definieert geen biologische personen, maar posities binnen het patriarchaat. Er is geen reden om deze identificaties als identiteiten te begrijpen. Reële mensen kunnen perfect verschillende van deze posities innemen, van de ene naar de andere overschakelen, veranderen van masker.
Het patriarchaat vereist dus een “vrouwelijke” sfeer als zijn eigen afgesplitste tegendeel. Op basis van deze dissociatie produceert het in de economische arena een winnaar en een verliezer die op een viriele manier worden geconnoteerd. Links is het gewoon de winnaars en de bazen te beschuldigen van de misstanden van het systeem. Maar de verliezers zijn betrokken bij dezelfde spelregels, waar ze niet altijd de onschuldigen zijn die we denken. De honorabele moordenaars die gemobiliseerd worden voor de redding van de natie en de zielige verkrachters, de grote perverselingen en de kleine geobsedeerden, degenen die alleen maar fantaseren over geweld zonder tot actie over te gaan, de vrouwen die zich haasten een beschermer te vinden net zoals zij die met ijzeren hand de patriarchale macht toepassen eens ze die hebben veroverd, de kleine en de grote carrièremakers, ze bevinden zich allemaal ergens in de patriarchale cirkel. Deze cultuur van kracht en verovering, van erectie en penetratie, van de autocratische bevestiging van het verlangen, van uitbreiding en groei, is een wezenlijk bestanddeel van de economie, namelijk met arbeiden en het veroveren van markten om waarde te creëren en de hele mondiale samenleving ondergeschikt te maken aan dit enige doel. De economie is een immense oorlogsinspanning die iedereen voortdurend dwingt om iemand te zijn die verkoopbaar en solvabel is op de markt, om altijd performant te zijn, de beste in de klas en dan de beste kandidaat bij een aanwerving, altijd bedreigd met diskwalificatie zodra hij of zij punten verliest. De “bevrijding” van de seksualiteit is een ingrediënt in deze imperatief van de ontketening van de driften. De mislukking daaraan te voldoen is gecodeerd als een soort “feminisering”. In de kapitalistische verbeelding is sociale neergang identiek aan een afname van mannelijkheid. Zij komt tot uiting in de herverkiezing van een Donald Trump, een verkiezing die onmogelijk zou zijn zonder de bijdrage van zijn vrouwelijke kiezers ...
Freud werd vaak beschuldigd van machismo met zijn theorie van de “penisnijd”. Maar wat kan een vrouw anders willen dan een penis - dat wil zeggen een fallus - in een samenleving waar het precies het enige is dat iets waard is? Freud heeft op deze plaats precies een, volgens hem, onoverkomelijke limiet op de analytische kuur geïdentificeerd, een limiet die hij “rots van de castratie” noemde. Generaties feministen, gretig om bij alle mannen, inclusief Freud, de verborgen macho op te graven, vergaten dat Freuds observatie in geen geval alleen de vrouwen betrof. Freud zegt ons niet dat vrouwen inferieur zijn door het ontbreken van de penis, gecompenseerd door hun “penis-verlangen”: omdat deze klinische beschrijving zijn tegenhanger heeft in wat hij bij mannen als “viriel protest” beschouwt. Freud noemt “weigering van vrouwelijkheid” de limiet die hij opmerkt bij de twee geslachten, met verschillende psychoseksuele consequenties. Het probleem is dat hij het niet toeschrijft aan de vorm van de maatschappelijke relaties, maar aan een raadselachtige biologische factor.
Een opheldering van de patriarchale relaties maakt het mogelijk om aan de freudiaanse waarneming het belang toe te kennen dat zij verdient, door die niet langer toe te schrijven aan een biologische realiteit. De patriarchale samenleving is die die het vrouwelijke een positie verleent die zo weinig benijdenswaardig is dat ze alleen kan leiden tot de horror van een goed gedeelde castratie, waarin beide geslachten - hoewel asymmetrisch – functionele dragers zijn van het patriarchaat. De door Freud geanalyseerde hysterische vrouwen hebben deze structuur aan het licht gebracht en ze werden als zodanig gehoord.
Slachtoffercompetitie
In de loop van de geschiedenis van het kapitalisme ontwikkelen zich ook, onder invloed van deze bindende relaties, verschillende “secundaire voordelen” (Sigmund Freud) voor de verschillende functiedragers in dienst van het behoud van de bestaande verhoudingen. Van een viriele machtswedstrijd tussen bedrijven, naties en houders van mannelijke macht, verandert het kapitalisme tegelijkertijd, onder invloed van de voortgang van zijn eigen crisis, in een wedstrijd van slachtoffers, op voorwaarde dat dezelfde belofte en dezelfde geest van concurrentie blijven bestaan in omgekeerde vorm. De oude burgerrechtenbewegingen, die ook integratiebewegingen waren, hebben meer en meer lood in de vleugels, niet zozeer door een feestelijke fierheid zoals die van de Gay Prides, als wel door de zeurderige en wraakzuchtige affirmatie van de achterstelling en de ondergane discriminaties, als ze al niet ronduit populistisch is. Ieder gaat voor zijn eigen smart naar de markt van lijden en pijn. Het “masochistische gedrag” dat Freud diagnosticeerde in de relatie van de mannen met de vrouwen wordt nu overgedragen naar de samenleving als geheel, in de context van een afbrokkeling van de oude masculiene grondslagen van het kapitalisme in zijn opgaande fase. De moderne onteigening van de eigen sociale reproductievoorwaarden wordt vertaald in subjectivistische victimologie: iemand is de oorzaak van de diefstal waarvan ik het slachtoffer ben, diefstal die die zou zijn van de onvervulde belofte van het kapitalisme zelf. Kortom, er is iemand in het kapitalisme die mijn deel van het mij door het kapitalisme beloofde geluk heeft weggenomen!
Als men het in de kringen van de intersectionele deconstructie geweldig vindt om zijn privileges op te sommen, is dat om nog beter de omgekeerde concurrentie van de vooroordelen te voeden in plaats van het succes dat uitblijft. Het crisiskapitalisme produceert alleen maar steeds meer verschoppelingen die erkenning en schadeloosstelling eisen van een Ander die er niet om geeft. Het “wiel van de privileges” dat in deze intersectionele cirkels circuleert, is de ware illustratie van de totalitaire cirkel van deze logica. Het enige wat voor de gegeneerde winnaars overblijft, als ze een schijn van sociale rechtvaardigheid willen ophouden, is hun "privileges" op te geven. Voor de verliezers blijft het concurreren om de beste plaats van slachtoffer door aan de (kapitalistische) wereld de negatieve kracht van hun discriminaties te exposeren. Of men nu zijn successen of zijn littekens blootlegt, de kapitalistische samenleving staat aldus alle perversies toe, op voorwaarde dat haar belangrijkste werking behouden blijft. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de verkrachters van Mazan zich bijna allemaal als slachtoffers presenteren!
Komt het wijzen op het structurele karakter van het patriarchaat uiteindelijk neer op het wissen van de grens tussen verkrachters en verkrachte vrouwen? Integendeel. De verwarring tussen concrete daden – vatbaar voor juridische vervolging, en gelukkig maar! - en de structuur die eraan ten grondslag ligt, draagt bij tot het behoud van het patriarchaat in naam van de kritiek die uitsluitend wordt begrepen vanuit het oogpunt van de fenomenaliteit ervan, dat wil zeggen in termen van criminele statistieken, sensationele feiten en biologische dragers van een penis.
Nochtans halen de verkrachters hun macht om te verkrachten uit deze structuur die door iedereen wordt onderhouden. Zolang concurrentie, competitie, de cultus van geweld, prestatie en fallisch verlangen de motors van het sociaal functioneren zijn, dat wil zeggen, zolang de hele samenleving onder de heerschappij staat van een productiewijze die als enige doel heeft om economisch te groeien en de wereld te veroveren om de valorisatie van waarde te voeden, zal er geen enkele grondige verandering in het patriarchaat optreden. We zullen zeker soms slachtoffers ervan kunnen beschermen – slechts enkele onder hen -, maar we zullen de reële voedingsbodem ervan niet kunnen wegnemen. Feitelijk heeft een halve eeuw feministische strijd, waarbij vrouwen binnen het patriarchaat relatieve politieke en economische gelijkheid bereikten, niets veranderd aan deze structuur. Dit is wat de episode MeToo of de zaak Mazan blootleggen.
Het is ook niet nodig om het vrouwelijke te promoten als een “alternatieve waarde”, zolang het “vrouwelijke” alleen de negatieve codering van het patriarchaat is. De (morele) waarde van zorgactiviteiten of van de zogenaamde vrouwelijke kwaliteiten is een ideologisch bijproduct van de logica van de (economische) waarde die alle sociale relaties doordringt. Verkrachters veroordelen, mensen zonder rechten verdedigen, de markt van de professionele en politieke concurrentie voor vrouwen op gelijke voet met mannen openen, zorg en solidariteit bevorderen, zijn in de huidige omstandigheden zeer goede dingen. Maar bovenal hebben ze het effect dat ze het slechte geweten van de patriarchale overheersing sussen zonder iets aan de structuur te veranderen.
Het patriarchaat is het systeem van de kapitalistische reproductie
Het patriarchaat zal blijven bestaan zolang ik, man of vrouw, gewoon om te overleven de beste op school moet zijn, dat ik dan een job moet vinden en dat ik om die te krijgen ik overtuigender moet zijn dan honderd andere kandidaten die op straat blijven; dat ik om die job te behouden me moet onderwerpen aan aan alles wat men van mij eist opdat de productiemachine op zijn maximum draait; dat om een appartement te verkrijgen ik moet beschikken over meer garanties dan honderd andere kandidaten die ook op de straat achterblijven; dat ik om iemand interessants te zijn de reproductieactiviteiten die als vervelend of degraderend worden beschouwd moet verbergen, net zoals ik mijn mislukkingen en zwakheden moet verbergen, behalve om ze te transformeren in een wedstrijd van miseries. Tegelijkertijd moet ik continu het gezicht van het genot aan de wereld laten zien - vooral op de sociale netwerken – waarmee het systeem zichzelf op alle niveaus bevestigt, met de medewerking van allen en iedereen, zelfs de gedeklasseerden dromen er vaak van om zich weer in dezelfde arena te doen gelden.
Zolang we ermee instemmen dat miljoenen, miljarden mensen genoegen nemen met kruimels, zodat enkelen de mythe van het succes blijven aanwakkeren, zullen we niet uit het patriarchaat geraken. Het warenproducerende patriarchaat berust op de “weigering van de vrouwelijkheid” als ruimte die gedelegeerd wordt aan al de activiteiten die niet valoriseerbaar maar noodzakelijk zijn en als horizon van castratie van de eeuwige concurrent die iedereen verplicht is te zijn om de valorisering te voeden.
Als we het patriarchaat achter ons willen laten, moeten de reproductieactiviteiten collectief worden georganiseerd en verdeeld, onafhankelijk van enig salaris; de huisvesting en de productiemiddelen moeten collectieve gebruiksgoederen zijn, zonder eigendom; men moet theater kunnen maken, muziek spelen of wetenschap beoefenen zonder plaatsen of wedstrijden te moeten winnen; de menselijke en seksuele relaties moeten ontstaan zonder voorafgaande definitie van de productieve functie van de individuen in de schoot van de samenleving. Geweld – misschien onvermijdelijk in menselijke samenlevingen – moet gecodificeerd worden door de betrokkenen zelf en niet voor de behoeften van een economie die ons inlijft in haar permanente expansie en zich tegelijkertijd te pletter slaat op haar eigen limieten. Want het elimineren van het patriarchaat betekent niet dat al het geweld wordt geëlimineerd, maar dat de justificaties (staatsraisons of economische redenen) die het zichzelf geeft worden weggenomen.
Dit programma ligt voor hand. Dat degenen die het idealistisch of naïef romantisch vinden – zoals ik zo vaak heb mogen horen – zich maar eens bevragen over het geslacht dat wordt toegeschreven aan al wat niet de economie (de echte, de harde) is! Het einde van de kapitalistische concurrentie zou dus een “lieftallige droom” zijn? Is dat niet opnieuw de toewijzing bevestigen van het vrouwelijke aan al wat niet tot de waardewet behoort? En blijkt daaruit niet dat, terwijl we tijdens het proces van Mazan met de vinger naar meneer Iedereen wijzen, de virilistische concurrentielogica als onoverkomelijk moet worden beschouwd!
Dit programma is zeker een uitdaging onder de huidige omstandigheden. Niemand weet waar te beginnen. Maar gedurende duizenden jaren hebben zelfs patriarchale samenlevingen, dat wil zeggen die gecentreerd op een mannelijke sociale macht, het bestaan en de reproductie van het leven nooit zo veracht als de huidige. Geen enkele andere samenleving heeft het vrouwelijke aangewezen als het afgesplitste omgekeerde en de passieve ruimte van een reproductie van het leven, geparasiteerd door het kapitaal.
Het proces van Mazan onthult ons dus de enscenering zonder filter van wat zich elke dag in stilte moet blijven afspelen opdat het systeem blijft bestaan: dat iets van het “vrouwelijke” ter beschikking blijft van de fallische dominantie, zodat deze zichzelf blijft affirmeren te midden van haar eigen totale ineenstorting. De nadruk op instemming is inderdaad de meest sluwe manier om te eisen dat alles doorgaat zoals voorheen. Het privatiseert en normaliseert de patriarchale structuur door er een contractuele aangelegenheid van te maken waarbij iedereen wordt uitgenodigd om deel te nemen aan zijn/haar eigen onderwerping. De wet mag dan geen andere uitweg hebben, de sociale kritiek mag deze uitvlucht in ieder geval niet toestaan.
Sandrine Aumercier, november 2024
_________
(nvdv)
Sandrine Aumercier studeerde filosofie en psychologie in Parijs, is vandaag psychoanalyste, vertaalster en schrijfster in Berlijn. Ze is ook medewerkster van het uitgeverscollectief Crise & Critique. Eerder publiceerde ze ondermeer: Le mur énergétique du capital. Contribution au problème des critères du dépassement du capitalisme du point de vue de la critique des technologies, Editions Crise & Crique, Albi, 2021 en, met Frank Grohmann: Quel sujet pour la théorie critique? Aiguiser Marx et Freud l’un par l’autre. Editions Crise &Critique, Albi, 2024.
Artikel oorspronkelijk verschenen in het Frans: “Le patriarcat: privilège mâle ou structure de domination impersonnelle. Réflexions sur l’ affaire de Mazan” gepubliceerd op de blog van de schrijfster: https://grundrissedotblog.wordpress.com/2024/11/29/le-patriarcat-privilege-male-ou-structure-de-domination-impersonnelle-reflexions-sur-laffaire-de-mazan/ Vertaling door Jean Klak, januari 2026)
In dit artikel brengt de schrijfster een aantal centrale vraagstellingen, opgeroepen door het proces Pelicot, samen en plaatst die in het kader van de kritische theorie van de waardeafsplitsing (cfr. Roswitha Scholz). Deze theorie beschouwt het patriarchaat als een sociale structuur, die alle mannen en vrouwen (be)treft, en onlosmakelijk verbonden is met het kapitalisme als waardevormend systeem.
Over de zaak Mazan of het proces Pelicot werd al heel wat geschreven. In boekvorm verscheen van de Franse filosofe Manon Garcia Vivre avec les hommes. Réflexions sur le procès Pelicot (Climats, Paris, 2025) waarin ze indringend verslag doet van de rechtszaak. Een Nederlandstalige vertaling zou in voorbereiding zijn. Manon Garcia schreef eerder ook de zeer lezenswaardige On ne naît pas soumise, on le devient (coll. Climats, Flammarion, Paris, 2018) en La conversation des sexes. Philosophie du consentement (coll. Climats, Flammarion, Paris, 2021; dit laatste werd in het Nederlands vertaald onder de titel: Consent? Een filosofie van goede seks (Boom Amsterdam, 2025).
Voor de kritische waardeafsplitsingstheorie verwijs ik naar de werken van Roswitha Scholz, van haar verscheen recent nog Back to the roots? Zur Regression marxistisch-feministischer Theoriebildung heute. Texte aus 30 Jahren (zu Klampen Verlag, 2025), in het Nederlands kan het interview met Clara Navarro Ruiz als goede inleiding, met bibliografische notities, dienen: Waardeafsplitsing, geslacht en crisis van het kapitalisme. Interview met Roswitha Scholz door Clara Navarro Ruiz (https://libcom.org/article/waardeafsplitsing-geslacht-en-crisis-van-het-kapitalisme).
Comments