“Vuile vreemden en sociale parasieten”

De klassenhaat van de kleine man tegenover de kleine man.

Indertijd al, toen het commenteren op sociale media en het lezersgedeelte van de grote kranten nog niet de hoofdbezigheid van de gefrustreerde kleinburger was, was er een fenomeen dat me zeer stoorde en dat sindsdien -tenminste naar mijn subjectieve waarneming- nog versterkt is. Indertijd, het moet eind de jaren ’90 of begin 2000 geweest zijn, woonde ik in een flat naast een dikke, grappige man die van een sociale uitkering leefde en graag bier dronk. Het was zo dat ook ik graag bier dronk dus zochten we elkaar af en toe op om samen een biertje te drinken. De man, laten we hem Horst noemen, had een voorliefde voor de talrijke talk- en reality shows die in die tijd overal op de Duitse privaatzenders te zien waren.

“Arabella”, “Britt” en “Andreas Türck” bespeelden al vanaf de vroege namiddag het voor de televisie gekluisterde publiek met allerhande onbelangrijke thema’s. Om de zoveel tijd kwam een van deze kinderuitzendingen met het thema “sociale parasieten” op de proppen en voerde dan met plezier – vaak onder publieksgeroep dat aan gladiatorenspelen deed denken – een of meerdere bijzonder “slechte” mensen ten tonele die “onze staat misbruiken” of “op kosten van de belastingbetaler” leven.

Werkloosheid werd in deze uitzendingen, compleet in neoliberale stijl, hoofdzakelijk als individuele verantwoordelijkheid gezien waarvan de wortels ofwel in de “luiheid” van de werkloze, ofwel in diens “onwil om te werken” lagen, waardoor langdurig werklozen niet alleen als minachtenswaardig, maar vooral ook als parasieten geportretteerd werden die “ons”, diegenen die zich in het zweet werken, het bloed uit de aders zuigen. Ze ver, zo reactionair. En eigenlijk nauwelijks verwonderlijk.

Verwonderlijk was voor mij iets helemaal anders, namelijk de reactie van de brave, bierminnende buur Horst. Hij was namelijk zelf werkloos. Men zou dus verwachten, dat hij Britt, Arabella, Türck en al die andere ellendige figuren van deze neoliberale propagandashows naar de hel zou verwensen en met de clichés van de luie, onbekwame “couchpotatoe” komaf zou maken. Maar neen, het tegendeel was waar. Hij vloekte boos op die “luie ratten” die op staatskosten een mooi leventje voerden en kreeg op haar na een woede-aanval.

Horst – dat zag ik in toen ik meer op dit fenomeen begon te letten – was met zijn eigenlijk met de eigen interesses tegenstrijdige positie niet alleen. Ik herinnerde me aan mijn jeugd in een zeer proletarisch milieu, waar men diegenen die met Volkswagens met lage bumpers over de dorpsplaats raasden verachtelijk “crapuul” noemde. Later, aan de universiteit, waren het “crapuul” diegenen die niet wisten hoe zich te gedragen. En in Berlijn ontmoette ik meer als een arbeider die over “profiteurs” lasterden die nog lager op de sociale ladder stonden als zijzelf.

“Haha, die zijn zo arm”

Het “klassenhaat stoken” waarvoor Rosa Luxemburg in het jaar 1906 maar weer eens in de cel gesmeten werd, scheen mij altijd al een zeer logische en goede zaak. Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht legden de arbeiders uit dat diegenen die hen uitbuitten niet hun vrienden waren en dat de proleten die van de verkoop van hun arbeidskracht moesten leven hun juk enkel konden overwinnen wanneer ze zich tegen die andere klasse, de bourgeoisie, zouden verzetten. De “klassenhaat”, indien men dit realistische bewustzijn van de eigen situatie zo wilt noemen, komt overeen met de werkelijke interesses van de loonafhakelijken. Omgekeerd was het voor mij ook nooit onbegrijpelijk waarom de bourgeoisie op arbeiders neerkijkt, hen kleineert, uitscheldt of als gevaarlijk ziet. Ook dat komt namelijk met de klassensituatie overeen, de situatie van deze klasse die niet de mijne is. Waarom klassen naargelang hun positie in het maatschappelijke systeem van het kapitalisme tegenovergestelde interesses hebben, kan niemand verwonderen.

Ergerlijk en merkwaardig is echter het fenomeen dat mensen die met het kapitalisme nog nooit iets gewonnen hebben en dienovereenkomstig met zijn verdwijning ook niets te verliezen zouden hebben, andere mensen haten die net zo met het kapitalisme nog nooit iets gewonnen hebben en dienovereenkomstig net zo door zijn verdwijning niets te verliezen zouden hebben.

Toen in de jaren ’90 de oorlog in Joegoslavië woedde, kwam in het kleine dorp waar ik toen leefde een enkele vluchtelingsfamilie wonen. Cultureel was het dorp sowieso al een behoorlijk troosteloze omgeving en sociaal waren de meesten op de een of andere manier afhankelijk, op een paar grote boeren na kon niemand voor rijk gehouden worden. Mijn toenmalige vrienden, toen misschien 12, 13, 14 jaar oud, weigerden met de kinderen van de Joegoslavische familie te spelen. Enerzijds, dat hadden ze al van hun rotfamilies ingeprent gekregen, waren dat namelijk “vreemden”. Anderzijds waren deze “vreemden” ook nog eens armer als zijzelf. Dat ging überhaupt niet. En dan kregen die ook nog een woning van de staat, dan begon men toch een beetje nijdig worden. In deze combinatie ontwikkelde zich toen al bij deze kinderen die bepaalde bewustzijnsvorm die ook vandaag de verontwaardigde, woedende kleinburgers kenmerkt.

Die verachting voor personen die vermeend onder zich staan, is vandaag de dag een van de meest verbreide bewustzijnsvormen in de sociale media, lezerscommentaren, stamkroegen, voetbalstadia, hoekcafés en diverse rechtse capslock events. Men windt zich op over de “economische vluchtelingen” die naar “ons sociaal systeem” immigreren. Men schetst enerzijds het beeld van “ongeciviliseerde wilden” die enkel gewelddadige uitdrukkingsvormen kennen en daardoor een bedreiging voor de respectievelijke Duitse buurt vormen, anderzijds portretteert men hen als profiteurs die door de staat, die een zelf het noodzakelijkste ontzegt, verwend worden. “Die hebben allemaal nieuwe gsm’s. En zie hun schoenen eens!!!” schrijft een user op een van de ondertussen talrijke “Neen-tegen-asielcentra”-pagina’s. Diezelfde ressentimenten die in vluchtelingsdebatten opkomen, vindt men terug bij hetzelfde cliënteel tegen “vreemdelingen”. De buitenlander is facultatief diegene die “jobs afpakt” of ook diegene die niet werkt en op het sociale systeem teert.

De nieuwe lievelingsvijanden en “sociale parasieten” nummer een zijn de treinbestuurders. Dat hebben we onder meer aan Tourette-Youtuber Julien Sewering te danken. Hij heeft de reactionaire positie die in brede lagen van de bevolking circuleert in reine vorm vertegenwoordigd. Het treinpersoneel mag niet staken, die hebben namelijk al genoeg. Bovendien zijn ze op ieder moment vervangbaar en enkel domme arbeiders. Het bedrijf, dat boven alle twijfel verheven is, kan hen ieder moment inwisselen wanneer ze opstandig zijn en zou dat ook moeten doen. Wie in opstand komt en het “Duitse volkslichaam” in de vorm van “treinreizigers” schaadt, moet met de volle kracht van de volkstoorn, tot en met “vergassing”, rekenen. Het treinpersoneel is, zo formuleert Sewering het in zijn oneindige vindingrijkheid, een “hoerenzonenleger”, want ze staken hoewel ze een arbeidscontract ondertekend hebben. Dan moeten ze toch gaan, wanneer het hen niet past. Wie niet van de “Duitse Spoorwegen” houdt, moet de Spoorwegen verlaten.

Neoliberalisme en nationalisme

Dit bewustzijn is wijd verbreidt. Ik heb de afgelopen dagen honderden commentaren gelezen die uit deze gedachte ontsproten zijn. Een jonge arbeider schreef onder Sewerings video: “Supercoole video, je neemt echt geen blad voor de mond. Als normale arbeider ziet men deze stakingen en kan enkel met het hoofd schudden. Ze denken dat ze een harde job doen? Dan hebben ze nog nooit op de bouw gezwoegd, 40 uur per week bij temperaturen van rond de 35 graden!” Men is geneigd hem te zeggen: “Ga dan ook staken.” Alleen, hij wil liever dat ook de anderen niet staken. De trots op de eigen ascese is een wijd verbreide idiosyncrasie in de Duitse arbeidersklasse, nauwlettend verzorgd door de media, sociaaldemocraten en andere klassenvijanden.

Maar alleen deze ascese, dat beseffen zelfs de domsten, verhelpt niet tot een beter leven. De ideologie die zegt dat men enkel vlijtig en arbeidzaam moet volhouden en dat men niet van het vooropgestelde pad moet afwijken, maakt het leven van de mensen die deze ideologie aanhangen er niet beter op. Het voordeel van dit wereldbeeld is echter dat de schuldigen niet ver te zoeken zijn: de opstandigen of “parasieten” die het nationale collectief, de wedergeboren volksgemeenschap schaden en anderen er voortdurend aan hinderen de zwaar verdiende vrucht van de eigen onthouding ook ooit echt te plukken.

Dit wereldbeeld komt voort uit twee dragende elementen, de twee machtigste bolwerken van de heersende klasse tegen de juiste klassenhaat a la Rosa Luxemburg. Het eerste is de neoliberale ideologie van de isolatie en de voorstelling dat de uitwerkingen van de kapitalistische maatschappij de eigen, individuele verantwoordelijkheid zijn. De maatschappelijke verhoudingen spelen geen rol meer, iedere monade is de smid van zijn of haar eigen geluk.

Het tweede is het nationalisme dat klassenverhoudingen negeert en doet alsof de natie een uit deze gelijkberechtigde monaden samengesteld geheel zou zijn waarbinnen geen uitgebuiten en uitbuiters zijn. “Jij en je chef hebben niets gemeen behalve het Duitslandtricot.” – dit simpele inzicht van de rappende leeskring van Gegenstandpunkt KIZ is jammer genoeg het makkelijke, dat moeilijk in de hoofden van de tricotdragers te krijgen is.

“De gedachten van de heersende klasse zijn in iedere epoche de heersende gedachten, d.w.z. dat de klasse die de heersende materiële macht van de maatschappij is, tezelfdertijd haar heersende geestelijke macht is”, schreef de uitvinder van de salafistenbaard Karl Marx. Zonder deze hegemonie, de verbreiding van nationalisme en neoliberalisme in de hoofden van hen die uitgebuit worden, zou het kapitalisme niet functioneren. Stel je voor dat de verschillende segmenten van de arbeidersklasse, de vluchtelingen, de werklozen, de arme academici en alle anderen die het kapitalisme niets brengt behalve problemen en nood elkaar de hand zouden reiken, dat ze zouden uitrukken om het hetgeen dat veranderd moet worden te veranderen. Dat dat niet gebeurt, daarvoor is er niet enkel de hevige repressie door flikken en militair. Daarvoor is er iets misschien nog effectiever, de bewustzijnsvormen die we in de debatten van de voorbije weken telkens opnieuw konden observeren.

Ik geloof niet dat men alle mensen kan verklaren dat ze iets niet zouden moeten doen omdat het slecht is voor anderen. Ik geloof niet, ondanks alle bewondering voor deze idealistische overtuiging, dat het idee het interesse overwint. Wat men echter bij alle mensen die halfweg bij verstand zijn zou moeten kunnen doen inzien, is dat het dom is tegen de eigen interesses te handelen. Maar net dat doen diegenen die zich over “sociale parasieten”, stakende werknemers of vluchtelingen opjagen. Wanneer ze dat niet kunnen begrijpen, kan men hen enkel aanraden zich een strop en een vensterkruis te zoeken. Dat gaat ook in tegen de eigen interesses, maar het gaat sneller en hindert anderen minder.

Origineel:
http://lowerclassmag.com/2015/05/dreckige-asylanten-hurensohn-lokfuehrer...
Bron:
https://mypunksnotdead.wordpress.com/2015/05/24/vuile-vreemden-en-social...

Posted By

bakuninja
May 26 2015 07:55

Tags

Share

Attached files