Kapitalisme: een inleiding

Kapitalisme: een inleiding

Een korte inleiding door libcom.org over de werking van het kapitalisme.

Het kapitalisme is een economisch systeem gebaseerd op drie dingen: loonarbeid (werken voor een loon), privé-eigendom van en controle over productiemiddelen (zoals fabrieken, machines, boerderijen of kantoren), en productie met winst als doel.

Terwijl sommige mensen zelf productiemiddelen of kapitaal bezitten, is dit voor de overgrote meerderheid van ons echter niet het geval en zijn we dus verplicht ons vermogen tot arbeid te verkopen in ruil voor een loon (of leven van een uitkering). De eerste groep mensen noemt men de kapitalistische klasse of "bourgeoisie" in marxistisch jargon, de tweede groep de arbeidersklasse of "het proletariaat" (zie ook de inleiding tot het begrip 'klasse').

Het kapitalisme is gebaseerd op een eenvoudig proces: geld wordt geïnvesteerd om aan nog meer geld te geraken. Als geld op deze manier gebruikt wordt, functioneert het als kapitaal. Een voorbeeld: bij een bedrijf dat gebruik maakt van haar winst om meer personeel in te huren of een nieuwe vestiging te openen, en dus nog meer winst maakt, functioneert geld als kapitaal. Als kapitaal toeneemt (of de economie groeit), heet dit 'kapitaalsaccumulatie', de drijvende kracht achter de economie.

Zij die kapitaal accumuleren doen dat dan ook beter als ze kosten kunnen afwentelen op anderen. Als bedrijven kosten kunnen vermijden door het milieu niet te beschermen of door schandalig lage lonen te betalen, zullen ze dat ook doen. Catastrofale klimaatsverandering en wijdverspreide armoede wijzen dus op een normale werking van het systeem. Kapitaalsaccumulatie zorgt verder ook voor de allesomvattende tendens tot commodificatie, van alledaagse voorwerpen tot DNA-sequenties, koolstofemissies en - zeer cruciaal - ons vermogen om te werken.

En het is dit laatste punt - de commercialisering van onze creatieve en productieve vermogens, ons vermogen om te werken - dat het geheim van de kapitaalaccumulatie bevat. Winst ontstaat niet door magie, maar door onze dagelijkse arbeid.

In een wereld waar alles te koop staat zijn we verplicht om ook zelf iets verkopen om aan onze behoeften te voldoen. Diegenen onder ons die niets te verkopen hebben, met uitzondering van hun vermogen om te werken, moeten dit vermogen verkopen aan zij die fabrieken en kantoren bezitten. En uiteraard zijn de dingen die daar geproduceerd worden niet van jou, maar het bezit van de bazen.

Bovendien, als gevolg van zaken als lange uren en productiviteitsverbeteringen, produceren we veel meer dan nodig is om onszelf te onderhouden als werknemers. De lonen die we krijgen komen ruwweg overeen met de prijs van producten die we nodig hebben om in leven te blijven en om dagelijks te kunnen werken (daarom ziet ons banksaldo er aan het einde van elke maand zelden anders uit dan de maand ervoor). Het verschil tussen de lonen die we betaald krijgen en de waarde die we creëren is de manier waarop kapitaal wordt geaccumuleerd, en dus hoe winst wordt gemaakt.

Dit verschil tussen de lonen die we worden betaald en de waarde die we creëren heet "meerwaarde". De onttrekking van meerwaarde door werkgevers is de reden dat we het kapitalisme zien als een systeem gebaseerd op uitbuiting - de uitbuiting van de arbeidersklasse (zie bijvoorbeeld deze tekst over het functioneren van een kapitalistisch restaurant).

Dit proces is in wezen hetzelfde voor alle loonarbeid, niet alleen die in privébedrijven. Werknemers in de publieke sector worden ook geconfronteerd met voortdurende aanvallen op hun lonen en condities om kosten te verlagen en winst te maximaliseren in de economie in zijn geheel.

De kapitalistische economie is ook afhankelijk van de onbetaalde huisarbeid van vooral vrouwelijke arbeiders.

Concurrentie

Om kapitaal te accumuleren, moet onze baas op de markt concurreren met bazen van andere bedrijven. Ze kunnen het zich niet veroorloven om de marktwerking te negeren of ze zullen terrein verliezen aan hun rivalen, geld verliezen, failliet gaan en overgenomen worden. Zelfs bazen hebben dus niet echt controle over het kapitalisme, enkel kapitaal heeft die rol. Het is om die reden dat we kunnen praten over kapitaal als een actor met eigen belangen, en het hebben over 'het kapitaal' is vaak nauwkeuriger dan het hebben over bazen.

Zowel bazen als arbeiders worden door dit proces dus vervreemd, maar niet op dezelfde manier. Terwijl vanuit het perspectief van de arbeiders vervreemding ervaren wordt doorheen het gecontroleerd worden door een baas, ervaart de baas het door een onpersoonlijke marktwerking en concurrentie met andere bazen.

Hierdoor staan bazen en politici machteloos tegenover de 'krachten van de markt' en moeten beide groepen zich gedragen op een manier die bevorderlijk is voor de voortdurende accumulatie (en dat doen ze zo slecht nog niet!). Ze kunnen niet handelen in ons belang aangezien elke toegeving die ze doen een grote hulp is voor concurrenten op nationaal of internationaal niveau.

Ter voorbeeld: als een fabrikant nieuwe technologie voor het maken van auto’s ontwikkelt die ervoor zorgt dat de productiviteit verdubbelt, kan het de helft van zijn werknemers ontslaan, zijn winst verhogen, en de prijs van zijn auto’s naar beneden halen om de concurrentie te snel af te zijn.

Als een ander bedrijf nu echter vriendelijk wil zijn tegenover zijn werknemers, en dus niemand wil ontslaan, zal het uiteindelijk worden weggeconcurreerd of worden overgenomen door een meedogenloze concurrent. Het bedrijf is dus indirect verplicht de nieuwe technologie in te voeren, en het nodige aantal mensen te ontslagen, om competitief te blijven.

Moesten bedrijven volledig vrij zijn om te doen wat ze willen zouden er natuurlijk al snel monopolies ontstaan die de concurrentie verstikken en die het systeem tot stilstand zouden leiden. Hier grijpt de staat in om op te treden in het belang, op lange termijn, van het kapitaal in zijn geheel.

De staat

De belangrijkste functie van de staat in een kapitalistische maatschappij is het in stand houden van het kapitalistische systeem en het bevorderen van de accumulatie van kapitaal.

De staat gebruikt dus repressieve wetten en geweld tegen de arbeidersklasse als we opkomen voor onze belangen tegenover het kapitaal. Voorbeelden genoeg: aanvallen op het stakingsrecht, het gebruik van politie of soldaten om stakingen en demonstraties te breken…

De ‘ideale’ staat in het hedendaagse kapitalisme is liberaal-democratisch. Doorheen de geschiedenis heeft het kapitaal echter van verschillende politieke systemen gebruik gemaakt om kapitaalsaccumulatie veilig te laten doorgaan. Het staatskapitalisme in de Sovjet-Unie of het fascisme in Italië en Duitsland zijn twee dergelijke modellen die destijds nodig waren voor de autoriteiten om de sterke arbeidersbewegingen te verpletteren. Bewegingen die op dat moment juist de vooruitgang van het kapitalisme bedreigden.

Wanneer de excessen van bazen er voor zorgen dat arbeiders terugvechten, maakt de staat naast repressie ook gebruik van interventies om er voor te zorgen dat de dagelijkse gang van zaken doorgaat zonder onderbreking. Nationale en internationale wetten die de rechten van arbeiders en het milieu beschermen bestaan om deze reden. De kracht en handhaving van deze wetten varieert, en dit meestal in relatie met het machtsevenwicht tussen werkgevers en werknemers op een bepaalde plek en tijdstip. In Frankrijk bijvoorbeeld, waar arbeiders doorgaans goed georganiseerd en militant zijn, heeft een werkweek van maximum 35 uur. In het Verenigd Koninkrijk daarentegen, waar arbeiders minder militant zijn, is het maximum 48 uur (en de in de Verenigde Staten bestaat geen maximum).

Geschiedenis

Het kapitalisme wordt doorgaans voorgesteld als een 'natuurlijk' systeem, tot stand gekomen zoals bergen of landmassa's en door krachten die dus buiten de menselijke controle vallen. Volgens sommigen zou het zelfs een uiteindelijk gevolg van de menselijke natuur zijn. Het kapitalisme is echter niet ontstaan door 'natuurlijke krachten' maar door intens en massaal geweld over de hele wereld. Eerst, in de 'geavanceerde' landen, zorgden de zogenaamde ‘enclosures’ ervoor dat zelfvoorzienende boeren van hun gemeenschappelijke gronden en naar de steden gejaagd werden om te werken in fabrieken. Elke weerstand werd verpletterd. Mensen die zich verzetten tegen het opleggen van loonarbeid werden onderworpen aan wetten tegen landloperij en gevangenschap , marteling, deportatie of executie. In Engeland werden onder het bewind van Henry VIII alleen al 72.000 mensen geëxecuteerd wegens landloperij.

Later werd het kapitalisme verspreid over de hele wereld via invasie en verovering door westerse imperialistische machten. Hele beschavingen werden op brutale wijze vernietigd en lokale gemeenschappen werden van hun land verdreven om aan loonarbeid te doen. De enige landen die een verovering vermeden waren zij - zoals Japan – die het kapitalisme zelf aannamen om te kunnen concurreren met de andere imperialistische machte. Overal waar het kapitalisme zich ontwikkelde was er verzet door boeren en vroegtijdige arbeiders, maar deze werden uiteindelijk overwonnen door massale terreur en geweld.

Het kapitalisme ontstond niet door een verzameling natuurlijke wetten die voort zouden komen uit de menselijke natuur: het werd verspreid door het georganiseerde geweld van een elite. Het concept ‘privé-eigendom van grond en productiemiddelen’ kan dan nu wel de natuurlijke gang van zaken lijken, we mogen echter niet vergeten dat het een menselijk concept is dat afgedwongen werd door verovering. Ook het bestaan van een klasse van mensen die geen bezittingen hebben om te verkopen buiten hun arbeidskracht is niet iets dat altijd het geval is geweest - gemeenschappelijke grond die door iedereen gedeeld werd is op een gegeven moment met geweld in beslag genomen, waarbij de onteigenden gedwongen werden om te werken voor een loon onder dreiging van verhongering of zelfs executie.

Terwijl het kapitaal expandeerde, creëerde het op wereldschaal een werkende klasse die bestaat uit het grootste deel van de bevolking. Het kapitaal buit deze klasse uit maar is er tegelijkertijd ook afhankelijk van. Of zoals Marx schreef: “Met de ontwikkeling van de grootindustrie wordt dus onder de voeten van de bourgeoisie de bodem zelf weggetrokken, waarop zij produceert en zich de producten toe-eigent. Zij produceert voor alles haar eigen doodgraver.”

De toekomst

Het kapitalisme bestaat als dominant economisch systeem op deze planeet nog maar iets meer dan 200 jaar. Ongelofelijk kort dus in vergelijking met de voorbije half miljoen jaar van het menselijke bestaan. Het zou dus erg naïef zijn om te denken aan een ‘einde van de geschiedenis’.

Het hangt volledig van ons af, de arbeidersklasse, en van onze arbeid die uitgebuit moet worden, Het kapitalisme zal maar zolang overleven zolang we dat toelaten.

Verder lezen

- Werk Gemeenschap Politiek Oorlog - prole.info - een uitstekende geïllustreerde inleiding tot kapitalisme en anti-kapitalisme. (NL)
- Het Kapitaal - Karl Marx – Marx’s definitieve analyse en kritiek op het kapitalisme. Geen makkelijke lectuur maar zeker de moeite waard om ooit eens te proberen. (NL)
- Capitalism and communism - Gilles Dauvé - een meer gedetailleerde geschiedenis en analyse van het kapitalisme en diens antithese, het communisme.
- Capitalism - further reading guide – gids van libcom.org om verder te lezen over kapitalistische economie